Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54

Artikel 7.

lande gevestigde ondernemingen, valt zij buiten toepassing van de wet. Heeft daarentegen eene buitenlandsche maatschappij met hier te lande gevestigde personen levensverzekeringen gesloten en neemt zij daarbij herverzekeringen van hier te lande gevestigde ondernemingen, dan valt zij onder toepasing van de wet en zijn die herverzekeringen als overeenkomsten van levensverzekering ingevolge deze wet te beschouwen. Ook voor deze herverzekeringen heeft die maatschappij dan krachtens art. 29 der wet en het K.B. van 29 Januari 1924, Stbl. no. 24, waarden hier te lande te deponeeren. Uit het vorenstaande volgt, dat een buitenlandsche maatschappij, die hier te lande een liquideerend levensverzekeringbedrijf uitoefent en dus hier te lande geene nieuwe overeenkomsten van levensverzekering sluit, strafbaar wordt wanneer zij, zonder in het bezit te zijn van de verklaring van art. 18 der wet, herverzekeringen aanneemt van hier te lande gevestigde ondernemingen. Zie echter art. 15, lid 1, van het K. B. van 29 Januari 1924, Stbl. no. 24, waar aan zulk eene maatschappij, indien zij binnen 3 maanden na het inwerkingtreden van dat K. B. de daar bedoelde kennisgeving heeft gedaan, het recht wordt gegeven herverzekeringen te nemen van hier te lande gevestigde ondernemingen, als daarbij bepaald wordt, dat de premiereserve bij de laatstbedoelde onderneming wordt gedeponeerd. Van eene deponeering van waarden ingevolge de overige artikelen van dat K. B. is dan dus geen sprake.

Door het lid der Tweede Kamer Mr. A. van Gijn was een amendement voorgesteld om na art. 33 in te voegen een art. 33b, luidende: „In geval van herverzekering bij een maatschappij, op „welke de bepalingen dezer wet niet toepasselijk zijn, is de in herverzekering gevende onderneming verplicht de premiereserve „volgens haar grondslagen te berekenen en de waarden tot dekking „daarvan zelf te bewaren en te beheeren en op te nemen in het „premiereservefonds dier groep verzekeringen, waartoe de in herverzekering gegeven verzekering behoort. De Verzekeringskamer is ".bevoegd om bijzondere redenen van deze bepaling vrijstelling te „verleenen". (Zie Bijl. Hand. He Kamer, 1922—1923—25 en Hand. He Kamer, blz. 74 en 75). Het amendement werd met 59 tegen 16 stemmen verworpen. Het paste dan ook niet in het stelsel der wet, daar het gedeeltelijk terugkwam op het reeds in art. 7 aangenomen beginsel, dat buitenlandsche maatschappijen, die hier te lande geene andere werkzaamheden verrichten dan van hier te lande gevestigde maatschappijen herverzekeringen nemen, niet onder de toepassing der wet vallen. Het legde buitendien eene verplichting op aan binnenlandsche maatschappijen ter beveiliging van hare vorderingen op anderen, wat niet strookte met het beginsel van vrijheid en openbaarheid. Wel kan de. Verzekeringskamer thans

Sluiten