Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

55

Artikel 7—8.

krachtens art. 24 een advies geven om te handelen als in het amendement werd aangegeven met al de gevolgen, aan zulk een advies verbonden.

HOOFDSTUK Ih Algemeene voorschriften. Artikel 8.

Er is eene Verzekeringskamer, bestaande uit een door Ons te bepalen aantal leden en een secretaris.

De leden, de secretaris en de overige ambtenaren, aan de Verzekeringskamer verbonden, worden door Ons benoemd en ontslagen.

Zij mogen niet op eenigerlei wijze verbonden zijn aan, of, anders dan als schuldeischer uit eene overeenkomst van levensverzekering, belang hebben bij eenige onderneming, waarop deze wet van toepassing is.

Een der leden wordt door Ons als voorzitter aangewezen. Bij algemeenen maatregel van bestuur wordt door Ons eene instructie voor de Verzekeringskamer vastgesteld.

1. De Verzekeringskamer, waarvan de naam is ontleend aan het ontwerp van de Vereeniging voor levensverzekering, in 1910 aan de Regeering aangeboden, en welke bestaat uit een door de Kroon te bepalen aantal leden, en een secretaris, is het Rijkscollege, uit ambtenaren bestaande, aan hetwelk in hoofdzaak de uitvoering van de wet is opgedragen. Blijkens de bij K. B. van 24 Juli 1923, Stbl. no. 379, vastgestelde Instructie voor de Verzekeringskamer, is zij gevestigd te Amsterdam en is haar ledenaantal bepaald op 3, van welke een door de Kroon krachtens de wet als voorzitter wordt aangewezen. Bij de genoemde Instructie is gelegenheid gegeven tot benoeming door de Kroon van één of meer plaatsvervangende leden, aan wie in bijzondere gevallen door den Minister van Justitie voor zijne werkzaamheid eene vergoeding kan worden toegekend (art. 9 dier Instructie). De bezoldigingen van het personeel der Verzekeringskamer zijn vastgesteld bij K. B. van 26 Januari 1925, Stbl. no. 23, gewijzigd bij K. B. van 28 December 1925, Stbl. no. 516.

De leden, secretaris en de overige ambtenaren, aan de Verzekeringskamer verbonden, worden door de Kroon benoemd en ontslagen en zijn Rijksambtenaren. Dat de kosten, verbonden aan de uitvoering der wet, krachtens art. 85 der wet en het K. B. van 27 Juli 1923, Stbl. no. 382, ten laste der ondernemingen zijn, doet aan het laatstgenoemde feit natuurlijk niets af. Ten einde hunne onafhankelijkheid tegenover het bedrijf te waarborgen, heeft de wet

Sluiten