Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56

Artikel 8—9.

bepaald, dat zij niet op eenigerlei wijze verbonden mogen zijn aan, of, anders dan als schuldeischer uit eene overeenkomst van levensverzekering, belang hebben bij eenige onderneming, waarop deze wet van toepassing is. Hieruit volgt, dat zij niet mogen zijn directeur of commissaris van eene levensverzekeringmaatschappij noch tot zulk eene maatschappij in eenige dienst- of andere betrekking mogen staan bv. daarvan agent mogen zijn. Ook zullen zij natuurlijk niet mogen zijn aandeelhouder van eene naamlooze vennootschap, deelhebber in het waarborgkapitaal van een onderlinge maatschappij of lid van eene coöperatieve vereeniging, welke het levensverzekeringbedrijf uitoefent. Uitdrukkelijk zondert de wet uit het schuldeischer zijn uit eene overeenkomst van levensverzekering. De bedoelde ambtenaren zullen dus verzekeringen mogen sluiten en loopende hebben bij levensverzek.-maatschappijen en als bevoordeelde bij die maatschappijen mogen zijn of worden aangewezen.

De besluiten der Verzekeringskamer worden genomen bij meerderheid van stemmen. Bij afwezigheid, belet of ontstentenis van den voorzitter of van een ander lid kunnen door de beide overblijvenden met algemeene stemmen besluiten worden genomen. Deze mogen niet betreffen publicatie als bedoeld in art. 24 der wet of indiening van een verzoek tot toepassing der voorschriften, bedoeld in Hoofdstuk IV van die wet; aan besluiten nopens deze beide punten moet worden deelgenomen door drie leden met inbegrip van den voorzitter en wel in eene zitting, waartoe de leden (c. q. één of meer plaatsvervangende leden) door den voorzitter bijzonderlijk zijn uitgenoodigd. (art. 10 der Instructie.)

2. Bij art. 15 der genoemde Instructie is bepaald, dat de Verzekeringskamer te haren kantore inzage verleent van de bij art. 28 der wet bedoelde jaarverslagen der maatschappijen.

Artikel 9.

Het levensverzekeringbedrijf mag alleen worden uitgeoefend door naamlooze vennootschappen en onderlinge maatschappijen, behoudens het bepaalde bij de artikelen 19, 79, 80 en 81.

De naamlooze vennootschappen en onderlinge maatschappijen, welke het levensverzekeringbedrijf uitoefenen, mogen geen ander bedrijf uitoefenen, behoudens dat eene onderneming, welke uitsluitend het herverzekeringsbedrijf uitoefent, hare werkzaamheden mag uitstrekken over alle takken van dat bedrijf.

1. Wat betreft de juridische vormen, waarin het levensverzekeringbedrijf mag worden uitgeoefend, ging de Commissie-Niemeyer zóó ver, dat, behalve wat aangaat buitenlandsche maatschappijen, het bedrijf slechts zou mogen worden uitgeoefend door naamlooze vennootschappen en onderlinge maatschappijen, die

Sluiten