Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68

Artikel 11—12.

dateerende, waarvan het geheele bestuur was in handen van zich coöpteerende directeuren en de leden geen zeggenschap meer hadden, bleken bij het nagaan van hare oprichting en geschiedenis onderlinge maatschappijen te zijn, waarvan het soms vrij groote kapitaal dus behoorde aan de gezamenlijke leden, hoewel die leden in den loop der tijden hun recht van meespreken hadden verloren.

Artikel 12.

De onderlinge maatschappij wordt opgericht bij eene akte, van eene zekere dagteekening voorzien. De bestuurders zijn verplicht de onderlinge maatschappij te doen inschrijven in het handelsregister, overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke bepalingen, en de akte openbaar te maken In de Nederlandsche Staatscourant. Hetgeen in dit artikel met betrekking tot de oprichting is bepaald, geldt eveneens ten aanzien van wijzigingen, in de akte van oprichting aan te brengen.

Uit dit artikel blijkt, dat eene onderlinge maatschappij slechts kan worden opgericht bij eene schriftelijke oprichtingsakte welke van een zekere dagteekening is voorzien. De akte behoeft , niet notarieel te worden verleden, doch kan eene onderhandsche zijn. Volgens art. 13 moet de akte van oprichting de statuten bevatten, waarin de daar genoemde punten zijn geregeld. Uit het feit, dat de onderlinge maatschappij moet worden ingeschreven in het handelsregister, mag ook worden afgeleid, dat de handelsregisterwet op onderlinge maatschappijen, die ingeschreven moeten worden, toepasselijk is, en daarvoor dus ook de vastgestelde bijdragen verschuldigd zijn. Ook op liquideerende onderlinge maatschappijen mag de handelsregisterwet toepasselijk geacht worden daar zij in verband met art. 2 der wet op het levensverzekeringbednj handelszaken zijn in den zin van art. 1 der handelsregisterwet. Blijkens art 11 van de handelsregisterwet moet bij de inschrijving in het handelsregister opgave worden gedaan van de benaming en de plaats van vestiging, het bedrijf, dat zal worden uitgeoefend, de gemeente, de straat en het huisnummer, waar de zaak gevestigd is, en ten aanzien van iederen bestuurder en commissaris eenige gegevens, genoemd in art. 5 dier wet, en bovendien van den woordeliiken inhoud van de statuten. Van belang voor deze omschrijving is art 4 lid 1, van de handelsnaamwet, volgens hetwelk verboden is een handelsnaam te voeren, die in strijd met de waarheid aanduidt dat de handelszaak zou toebehooren aan een of meer kooplieden handelende als eene vennootschap onder eene firma of als eene vennootschap en commandite, of wel aan eene naamlooze vennootschap, eene wederkeerige verzekerings- of waarborgmaatschappij, eene coöperatieve of andere vereeniging of aan eene stich-

Sluiten