Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

Artikel 15.

Artikel 15.

Het maatschappelijk kapitaal van naamlooze vennootschappen en het waarborgkapitaal van onderlinge maatschappijen, welke het levensverzekeringbedrijf uitoefenen, bedraagt ten minste een millioen galden. _ i

Bij algemeenen maatregel van bestuur kunnen door Ons ten aanzien van daarbij nader te omschrijven naamlooze vennootschappen en onderlinge maatschappijen geringere bedragen als kapitaalsminima worden vastgesteld en kunnen door Ons voorwaarden worden gesteld, waaronder eene onderlinge maatschappij het waarborgkapitaal kan terugbetalen en aan aandeelhouders vrijstelling verleenen van de verplichting tot bijstortlng.

Terwijl het O.O. evenals het ontwerp-Niemeyer den kapitaalseisch stelden zoowel voor bestaande als voor nieuw op te richten maatschappijen (het 0.0. kende alleen dit verschil, dat voor bestaande maatschappijen de helft werd geëischt van het kapitaal, dat voorgeschreven was voor nieuw op te richten maatschappijen) werd, naar aanleiding van opmerkingen in het V.V. in het G.0. de kapitaaleisch voor bestaande maatschappijen (zie voor naamlooze vennootschappen en onderlinge maatschappijen art. 78, lid 1, 1ste zinsnede, en voor de overige rechtspersonen art. 79, 1ste lid), geschrapt en het voor nieuw op te richten naamlooze vennootschappen en onderlinge maatschappijen vereischte kapitaal verhoogd tot één millioen gulden. Aan een algemeenen maatregel van bestuur werd evenwel voorbehouden om voor nader te omschrijven naamlooze vennootschappen en onderlinge maatschappijen een lager kapitaal mogelijk te maken, (zie 2de lid van art. 15). Naar aanleiding van eene opmerking in het V. V., dat verband zou moeten worden gelegd tusschen de voorschriften der wet en de algemeene voorschriften in het Wetboek van Koophandel betreffende de Koninklijke bewilliging op akten van oprichting van naamlooze vennootschappen, schreef de Regeering in de M. v. A. o. m., dat in elk geval de naamlooze vennootschap het l.v.bednjf met kan uitoefenen zonder eene verklaring der Verzekeringskamer noodig te hebben Ook al ware artikel 15, voor zoover de naamlooze vennootschap betreft, overgebracht naar het Wetboek van Koophandel dan zou zij het bedrijf toch niet kunnen uitoefenen, zoolang "niet tevens-is voldaan aan artikel 16 en aan artikel 51 Wetboek "van Koophandel (art. 17, 2° van het gewijzigde wetsontwerp). Overigens zijn in de praktijk geen bezwaren te duchten. Bij eene aanvrage om bewilliging kan zoo noodig van wege het Departement van Justitie tijdig worden gewezen op de kapitaalseischen "ingevolge de wet op het levensverzekeringbedrijf. Iets dergelijks [[geschiedt ten aanzien van vereenigingen, welke Koninklijke goed-

Sluiten