Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

83

Artikel 15.

III der wet overdracht van levensverzekeringovereenkomsten naar eene andere maatschappij. Indien men nu ook bij de bedoelde splitsing van zulk eene maatschappij een kapitaal van één millioen gulden zou blijven eischen, zou eene splitsing op de laatstbedoelde wijze in de meeste gevallen onmogelijk zijn. Door de verlaging van het kapitaalminimum tot ƒ 250.000.— heeft men dus de splitsing van maatschappijen met gemengde bedrijven bevorderd.

In art. 2 van het genoemde K. B. is ten aanzien van naamlooze vennootschappen en onderlinge maatschappijen, ontstaande door omzetting van ondernemingen, gedreven door rechtspersonen, niet Zijnde naamlooze vennootschappen en onderlinge maatschappijen het kapitaalsminimum teruggebracht tot ƒ 250.000, onder voorwaarde echter, dat de finantieele waarborgen voor de overeenkomsten van verzekering naar het oordeel der Verzekeringskamer door de omzetting niet verminderen. Daarbij is voorts nog bepaald dat wanneer de Verzekeringskamer in een bepaald geval van' oordeel is, dat met een lager bedrag dan het bovenvermelde kan worden volstaan, dat lagere bedrag als kapitaalsminimum geldt Het genoemde artikel 2 gaat van de gedachte uit, dat eene naamlooze vennootschap en onderlinge maatschappij de meest passende organisatie s zijn voor eene levensverzekeringonderneming en dat dus herschepping in dien rechtsvorm van eene vereeniging eene coöperatieve vereeniging en stichting, wanneer deze het I b uitoefenen, moet worden bevorderd. Het spreekt van zelf dat de Omzetting niet tot gevolg mag hebben, dat de waarborgen voor de verzekerden verminderen. De nieuwe vennootschap of maatschappij zal eerst moeten trachten in het bezit te komen van de verklaring van art. 18. Daarna geschiedt de overdracht der verzekerden op de wijze, voorgeschreven bij Hoofdstuk III.

Hebben rechtspersonen, niet naamlooze vennootschappen of onderlinge maatschappijen zijnde, een gemengd bedrijf, dan kan bij overdracht der overeenkomsten van levensverzekering naar eene nieuwe maatschappij niet gesproken worden van omzetting der onderneming in eene naamlooze vennootschap of onderlinge maatschappij, doch alleen van splitsing vah bedrijf. Immers is onder omzetting niets anders te verstaan dan overbrenging van het geheele bedrijf in eene maatschappij met een anderen rechtsvorm. Met een kapitaal van minder dan ƒ 250.000 kan in het bedoelde geval dus niet worden volstaan. B

Toen de Regeering bij hare M. v. A. den kapitaalseisch voor bestaande maatschappijen geheel schrapte en het vereischte kapitaal ZienTp^nen'Chte\TaatSchappijen verhoogde tot één millioen f 5nn non °' eis?te. V00r zuIke maatschappijen als regel J 500.000.— voor onderlinge maatschappijen, die haar bedrijf zouden beperken tot hare leden, slechts ƒ 250.000.—), schreef zij

BB

Sluiten