Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

89

Artikel 17—18.

6°. dat haar boekjaar loopt van den lsten Januari tot en met den 31sten December (art. 22 der wet)

en wat betreft ondernemingen, die bestonden op het oogenblik van inwerkingtreding der wet:

1°. dat die onderneming toebehoort aan een rechtspersoon (uit art. 81 volgt, dat aan een natuurlijken persoon, die gedurende 2 jaren na de inwerkingtreding der wet met de uitoefening van het l.v.bedrijf mag doorgaan en na afloop van dien termijn de loopende overeenkomsten mag afwikkelende verklaring van art. 18 niet mag worden uitgereikt);

2°. dat die onderneming ten doel heeft uitoefening van het levensverzekeringbedrijf en dit bedrijf ook op 15 November 1923 (datum van inwerkingtreding der wet) uitoefende;

3°. dat zij niet ten doel heeft uitoefening van nevenbedrijven en inderdaad ook geene nevenbedrijven uitoefent;

4°. dat zij, als zij is eene onderlinge maatschappij in den zin van art. 11 der wet, voldoet aan de artt. 12, 13 en 14, 2de en 3de lid der wet;

5°. dat haar boekjaar loopt van den lsten Januari tot en met den 3lsten December (art. 22 der wet).

Artikel 18.

De Verzekeringskamer doet binnen eene maand na ontvangst der stukken aan de onderneming mededeeling of naar haar oordeel aan de gestelde eischen is voldaan. Zoo de Verzekeringskamer van oordeel Is, dat aan deze eischen voldaan is, doet zij de hierbedoelde mededeeling vergezeld gaan van eene verklaring, waarvan het model door Ons wordt vastgesteld. De verklaring wordt in de Nederlandsche Staatscourant openbaar gemaakt.

Geene onderneming mag het levensverzekeringbedrijf uitoefenen, tenzij zij in het bezit is van eene verklaring, als bedoeld in het eerste lid.

Indien de Verzekeringskamer aan de onderneming heeft medegedeeld, dat naar haar oordeel aan de gestelde eischen niet is voldaan, kan de onderneming, binnen vijftig dagen na de dagteekening dezer mededeeling, bij Ons in beroep komen, door middel van een gemotiveerd beroepschrift, waarvan een afschrift aan de Verzekeringskamer bij aangeteekenden brief wordt toegezonden.

Door Ons wordt beslist, den Raad van State gehoord, bii een met redenen omkleed besluit

Wanneer door Ons wordt beslist, dat aan de gestelde eischen wel is voldaan, geeft de Verzekeringskamer aan de onderneming alsnog af eene verklaring als bedoeld bij het eerste lid.

1. Zie wat betreft de vraag, of aan de gestelde eischen is voldaan, de toelichting op art. 17.

Sluiten