Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

96

Artikel 20.

bedoelden vertegenwoordiger. De bedoeling is dus blijkbaar geweest, dat de straf zal worden uitgesproken tegen natuurlijke personen. Uitgesloten mag ook worden geacht de aanstelling van 2 of meer personen of van eene vennootschap onder eene firma als vertegenwoordigers of vertegenwoordigster. Ook dan toch zou het doel der wet, het aangewezen zijn van een bepaalden persoon, die ook strafrechtelijk verantwoordelijk is, niet worden bereikt.

Het spreekt van zelf, dat de Verzekeringskamer bij de overlegging van het bewijs van de aanstelling heeft na te gaan, of degeen, die namens de onderneming de aanstelling deed, daartoe bevoegd was.

De vertegenwoordiger heeft krachtens lid 1, wat de uitoefening van het bedrijf in het Rijk in Europa betreft, alle bevoegdheden, welke het bestuur der onderneming bezit. Dit beteekent niet, dat het bestuur der onderneming niet intern de bevoegdheden van den vertegenwoordiger mag beperken bv. door hem niet de bevoegdheid te geven polissen of polisclausule's te teekenen of door hem te verbieden zonder opdracht van het bestuur beleggingen te doen of bezittingen der onderneming te verkoopen. Het heeft slechts de strekking, dat de onderneming tegenover derden zich niet op die beperking kan beroepen. Een door een vertegenwoordiger geteekende polis heeft dus in elk geval geldigheid. Met name wordt in lid 1 genoemd de bevoegdheid om verzekeringen te sluiten, maar eene beperking is daarin niet gelegen, zoodat de vertegenwoordiger zeker ook geacht mag worden bevoegd te zijn om polisclausule's te teekenen, zgn. polisbeleeningen te geven en daarop aflossingen te ontvangen en in het algemeen alles te doen wat betreft de uitoefening van het bedrijf in het Rijk in Europa. Betreft het transacties, die niet gezegd kunnen worden te vallen onder de „uitoefening van het bedrijf" bv. overdracht van de geheele portefeuille aan eene andere onderneming, dan zal uiteraard het bestuur der onderneming in het buitenland zelf moeten optreden.

Uitdrukkelijk wordt ook nog genoemd de bevoegdheid om voor de onderneming in rechte op te treden. Hieronder moet niet worden verstaan, dat de vertegenwoordiger als eischer en gedaagde moet optreden, maar slechts dat de vertegenwoordiger de beslissing heeft of en hoe bij het voeren van processen hier te lande door de onderneming zal worden opgetreden. Dit natuurlijk ook weer met de beperking, dat die processen moeten betreffen de uitoefening van het bedrijf hier te lande.

Lid 2. Uit het hier bepaalde volgt, dat alle exploiten, aanzeggingen en dergelijke kunnen gedaan worden ten kantore of, bij gebreke van een kantoor, ten huize van den vertegenwoordiger, indien zij betreffen hier te lande loopende verzekeringen. Verder ongetwijfeld ook, dat betreffende die verzekeringen gedagvaard kan

Sluiten