Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

100

Artikel 23.

de Verzekeringskamer gegeven moeten worden, betreft het hier inlichtingen, die eerst verstrekt moeten worden, nadat de Verzekeringskamer die heeft gevraagd. De krachtens art. 23 verkregen in* lichtingen mogen evenmin als die verstrekt krachtens de artt. 21 en 83 gepubliceerd worden, zulks in tegenstelling met de gegevens, verkregen krachtens art. 27 (door de staten), welke (zie art. 28) juist voor publicatie bestemd zijn. In het jaarlijks dooi1 de Verzekeringskamer uit te brengen verslag (zie art. 33) mag dan ook van inlichtingen, anders dan krachtens art. 27 verstrekt, niet melding worden gemaakt.

Behalve het krachtens art. 23 inwinnen van inlichtingen, welke in de meeste gevallen zeker wel schriftelijk gevraagd en verstrekt zullen worden, kan de Verzekeringskamer ook getuigen en deskundigen hooren (art. 30) en inzage nemen of doen nemen van de boeken en bescheiden van een verzekeraar (art. 31). Al de genoemde middelen moeten de Verzekeringskamer in staat stellen zich een duidelijk beeld van de onderneming te vormen en in het bijzonder gebruik te maken van de haar gegeven bevoegdheden om

1°. zoo noodig een onderzoek in te stellen aangaande de juistheid der bij de staten van art. 27 verstrekte gegevens (tot het instellen van welk onderzoek de Verzekeringskamer ingevolge het 2de lid van art. 27 ten minste eens in de 10 jaar verplicht is).

2°. zoo noodig adviezen aan de onderneming te geven in het belang van de schuldeischers uit overeenkomsten van levensverzekering (art. 24) en

3°. zoo noodig bij den rechter eene verklaring uit te lokken, dat de onderneming verkeert in een toestand, welke in hef belang der gezamenlijke schuldeischers, bijzondere voorziening behoeft (art. 40).

De krachtens art. 23 gevraagde inlichtingen moeten betrekking hebben tot het bedrijf der onderneming en verstrekt worden binnen den door de Verzekeringskamer te bepalen termijn. Bij het V.V. „meenden verscheidene leden, dat den verzekeraar de bevoegdheid „moet worden verleend, van een door de Verzekeringskamer ge„stelden eisch tot het verstrekken van inlichtingen in beroep te „gaan. Immers het verstrekken van inlichtingen kan den verzekeraar „moeite en kosten veroorzaken, die niet evenredig zijn aan het nut „der inlichtingen. Werd deze wijziging aangebracht, dan zou het „aan de Verzekeringskamer kunnen overgelaten worden te bepalen, „binnen welken termijn zij een bepaalde inlichting verlangt. Verscheidene andere leden hadden tegen de toekenning van zulk een „recht van beroep bezwaar, omdat dit, naar zij vreesden, tot onge„wenschte vertraging aanleiding zou geven en de positie van de „Verzekeringskamer tegenover de verzekeringsmaatschappijen te „zeer verzwakken zou."

Bij de M. v. A. schreef daarop de Regeering:

Sluiten