Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

101

Artikel 23—24.

. „Tegen een recht van beroep heeft ook de Regeering bezwaren. „De uitoefening van het vragenrecht kan aan den tact der Verzekeringskamer worden overgelaten."

Bij art. 70 wordt op het niet verstrekken der verlangde inlichtingen straf gesteld. Ten aanzien van de strafbaarheid mag zeker onder het niet voldoen aan de verplichting om aan de Verzekeringskamer inlichtingen te verstrekken ook begrepen worden het opzettelijk verstrekken van onjuiste inlichtingen. In het laatste geval wordt de Verzekeringskamer immers juist niet ingelicht, maar integendeel in het duister gelaten of gebracht.

Artikel 24.

De Verzekeringskamer is bevoegd, in het belang van de schuldeischers uit overeenkomsten van levensverzekering, aan de verzekeraars adviezen te geven.

Bij het uitbrengen van een advies geeft zij den verzekeraar een termijn om te antwoorden. Indien binnen dezen termijn geen antwoord wordt ingezonden, of het ingezonden antwoord niet bevredigend wordt geacht, kan de Verzekeringskamer tot publicatie van het advies overgaan.

Bij deze publicatie wordt, zoo de verzekeraar dit verlangt, tevens de correspondentie openbaar gemaakt, welke tusschen de Verzekeringskamer en den verzekeraar naar aanleiding van net advies is gevoerd.

Terwijl bij eene zuivere toepassing van het stelsel van vrijheid en openbaarheid had kunnen worden volstaan met het voorschrijven van publicatie van staten en verslagen, aangevuld met een van overheidswege in te stellen onderzoek naar de juistheid der verstrekte gegevens, heeft de Regeering van den beginne af aan verder willen gaan door aan de Verzekeringskamer 2 belangrijke bevoegdheden toe te kennen en wel 1°. die tot het geven van een advies aan een verzekeraar en 2°. die tot het uitlokken van de toepassing van eene noodregeling als bedoeld in Hoofdstuk IV der wet. Beide ontbraken in het Regeeringsontwerp van 1911—1912. Het denkbeeld van het geven van eeff advies werd ontleend aan het V. V. op genoemd ontwerp (blz. II)1). Wel kende ook het ontwerpMolengraaff het voorschrijven van maatregelen door eene Rijkscommissie, doch deze voorschriften zouden eerst gegeven kunnen worden na een door den rechter bevolen onderzoek en de sanctie op het niet-nakomen van die voorschriften zou bestaan in een bij

!) „Enkele leden wilden aan den rechter niet de bevoegdheid geven de „onder voogdij stelling van een maatschappij uit te spreken, maar zij zouden „aan de Verzekeringskamer de bevoegdheid willen zien toegekend een maatschappij te wijzen op hetgeen haars inziens in het belang-der verzekering„nemers behoort te geschieden, met bepaling, dat wanneer dit advies niet wordt „opgevolgd, de zaak, welke het geldt, openbaar zal worden gemaakt."

Sluiten