Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

103

Artikel 24.

„om het advies te volgen en daardoor publicatie te vermijden; „tenzij de maatschappij meent, dat haar standpunt zoo onbetwist„baar sterk is, dat zij de publicatie der gewisselde stukken „gerustelijk kan afwachten. Van een contrölerecht, door de verzekerden zelf uit te oefenen, moet men geen hooge verwachtingen „hebben. Bij enkele naamlooze vennootschappen zijn een deel der „commissarissen vertegenwoordigers der verzekerden. Doch het „toezicht der Verzekeringskamer zal veel doeltreffender zijn. Bij „onderlinge maatschappijen vormen de leden-verzekerden de „hoogste macht, zij kunnen het bestuur doorloopend controleeren, „toch acht de Regeering ook hier Overheidscontröle (door de „Verzekeringskamer) noodzakelijk". (M. v. A. § 5).

De wet stelt aan het geven van adviezen door de Verzekeringskamer alleen de beperking, dat zij gegeven moeten worden „in het „belang van de schuldeischers uit overeenkomsten van levensverzekering". Dit beteekent natuurlijk niet, dat bij het geven van een advies niet gelet mag worden op andere belangen bv. die van schuldeischers uit andere overeenkomsten dan van levensverzekering, of die van aandeelhouders in het maatschappelijk of waarborgkapitaal. Indien de adviezen moeten strekken om de polishouders zooveel mogelijk veilig te stellen, zullen zij uiteraard ook ten bate moeten komen van de overige schuldeischers, daar aan den gelijken rang van concurrente schuldeischers natuurlijk niet geraakt mag worden. En bv. bij een advies, om in het belang der verzekerden de geheele portefeuille aan eene andere (niet aan eene bepaalde) maatschappij over te dragen, zal natuurlijk wel degelijk ook (zij het niet in de eerste plaats) rekening moeten worden gehouden met belangen van aandeelhouders in- het maatschappelijk of waarborgkapitaal. Daartegenover zal het advies bv. aan een onderlinge maatschappij om geene winstuitkeeringen aan verzekerden te doen of aan zulk eene maatschappij om wegens een tekort de premiën te verhoogen of de uitkeeringen te verlagen, direct schade kunnen toebrengen aan verzekerden, hoewel het advies niettemin gegeven is in het belang der verzekerden, voor wien men uiteindelijk van de opvolging van het advies heil verwacht. Al kan van de opvolging van een advies ook met zekerheid voor een bepaalde groep der verzekerden definitieve schade verwacht worden, dan is het toch mogelijk, dat het advies gegeven moet worden in het belang van gezamenlijke verzekerden. Dit zal nl. het geval zijn bij het eenige advies, dat de wet zelve noemt nl. dat om bij den rechter een verzoek tot toepassing der noodregeling in te dienen (art. 40, 3de lid), van de opvolging welk advies hoogstwaarschijnlijk het gevolg zal zijn, dat de eerst tot uitkeering komende verzekeringen niet de volle 100 % zullen ontvangen, wat anders weHiet geval zoude zijn.

Sluiten