Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

105

Artikel 25—26.

gevestigd, binnen honderdtien dagen na de dagteekenlng dier mededeeling kan de verzekeraar tegen zoodanig besluit bij Ons in beroep komen door middel van een gemotiveerd beroepschrift, waarvan een afschrift aan de Verzekeringskamer bij aangeteekenden brief wordt toegezonden. Door het instellen van beroep wordt de publicatie opgeschorst.

Uit het 1ste lid blijkt duidelijk, dat een advies ook kan gegeven worden aan buiten het Rijk in Europa gevestigde verzekeraars, die hier te lande het levensverzekeringbedrijf uitoefenen. Dit volgt overigens ook reeds uit art. 24 zelf. Een advies aan bedoelde verzekeraars kan echter krachtens art. 39 nimmer strekken tot het doen van een verzoek aan den rechter om de noodregeling van art. 40 op hem toe te passen.

Het in het 2de lid bedoelde beroepschrift behoeft niet door bemiddeling van een procureur ingediend te worden. Wel moet het op zegel gesteld zijn.

Artikel 26.

Op het in het vorige artikel bedoelde beroepschrift wordt door Ons beslist, den Raad van State gehoord, bij een met redenen omkleed besluit. In afwijking van artikel 38 der wet van 21 December 18611 (Staatsblad n°. 129), houdende regeling der samenstelling en bevoegdheid van den Raad van State, zooals deze laatstelijk is gewijzigd, geschiedt het uitbrengen van het daarbedoeld verslag en het toelichten hunner belangen door de belanghebbenden in eene gesloten vergadering van de afdeeling, welker samenstelling geregeld is in artikel 13 van evenbedoelde wet.

Onze beslissing wordt, zoo zij inhoudt, dat het advies der Verzekeringskamer niet zal worden gepubliceerd, niet openbaar gemaakt, doch uitsluitend medegedeeld aan den verzekeraar, de Verzekeringskamer en den Raad van State. Artikel 40 der bovengenoemde wet vindt in dat geval geene toepassing. In afwijking van artikel 41 dier wet, wordt van zoodanige beslissing geene voorlezing gedaan in eene openbare vergadering der aldaar genoemde afdeeling.

De verzekeraar, die in het buitenland is gevestigd, wordt voor de behandeling der zaak door den Raad van State geacht woonplaats te hebben gekozen ten kantore of, bij gebreke van kantoor, ten woonhuize van den bij artikel 20 bedoelden vertegenwoordiger.

De bij dit artikel geregelde procedure komt op het volgende neer.

Na het indienen van het beroepschrift worcan de belanghebbenden, dat zijn dus de verzekeraar en de Verzekeringskamer, opgeroepen om de memoriën of bewijsstukken, die zij tot staving hunner bezwaren of beweringen noodig achten, in te dienen binnen eenen door den Vice-president van den Raad van State in dier

Sluiten