Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

107

Artikel 26—27.

mede onderteekend heeft. Dit rapport bevat de ontwerp-beslissing van den Raad van State. In eene openbare vergadering der afdeeling wordt voorlezing gedaan van de Koninklijke beslissing.

In afwijking van het bepaalde in de wet op den Raad van State schrijft art. 26 der wet op het l.v.-bedrijf thans voor, dat als de Koninklijke beslissing luidt, dat het advies van de Verzekeringskamer niet zal worden gepubliceerd, die beslissing niet zal worden openbaar gemaakt en daarvan geene voorlezing zal geschieden in eene openbare vergadering van de afdeeling van den Raad van State.

De hierboven vermelde procedure kan ongetwijfeld doeltreffend worden genoemd voor de gevallen, dat de Verzekeringskamer een advies heeft gegeven, dat niet strekt tot het doen van een verzoek aan den rechter tot toepassing van de zgn. noodregeling, bedoeld in art. 40 der wet. Strekt het advies wel tot dit laatste, dan treft de procedure geen doel in het geval, dat de Koninklijke beslissing luidt, dat het advies wel zal worden gepubliceerd. Immers moet dan die beslissing in eene openbare vergadering van de afdeeling van den Raad van State worden voorgelezen en, zoo de beslissing afwijkt van het advies van den Raad van State, ook nog met dat advies worden gepubliceerd in het Staatsblad en de Staatscourant. Daarmede is echter de procedure van den rechter krachtens de artt. 40 en volgende illusoir gemaakt, daar eene levensverzekeringmaatschappij, waarvan openlijk bekend gemaakt is, dat zij volgens een advies van de Verzekeringskamer en het oordeel van de Kroon verplicht is bij den rechter de noodregeling aan te vragen, wel niet meer te redden zal zijn.

Artikel 27.

Ieder verzekeraar is verplicht telken jare de staten, waarvan de modellen worden vastgesteld bij algemeenen maatregel van bestuur, naar waarheid in te vullen, de daarin gestelde vragen naar waarheid te beantwoorden en vervolgens een en ander onderteekend aan de Verzekeringskamer te doen toekomen. De inzending der staten moet voor den eersten Juli plaats vinden, doch de Verzekeringskamer kan op grond van bijzondere omstandigheden toestemming verleenen, de indiening tot een lateren datum uit te stellen.

De Verzekeringskamer gaat na, of degene, die als verzekeraar optreedt, aan deze verplichting voldoet, en kan een onderzoek instellen aangaande de juistheid der verstrekte gegevens. Ten minste eens in de tien jaar stelt zij zoodanig onderzoek in met betrekking tot iederen verzekeraar.

De staten, bedoeld bij hef: eerste lid, moeten allen te zamen een duidelijk en volledig beeld geven van het door de onderneming gevoerde beheer en van haar finantieelen toestand.

Sluiten