Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

Artikel 28.

waarvan het maximum door de Verzekeringskamer wordt vastgesteld.

Tien exemplaren van het verslag worden toegezonden aan de Verzekeringskamer.

De Verzekeringskamer kan aan een verzekeraar ontheffing verleenen van het bepaalde bij het tweede lid, voor zoover de voldoening daaraan den verzekeraar te zwaar zou drukken. In dit geval heeft iedere aandeelhouder en iedere polishouder van de betrokken onderneming het recht van dé in het 2de lid bedoelde jaarverslagen en de daarbij behoorende staten ten kantore van de onderneming inzage of afschrift te nemen.

Daar art. 27 slechts handelt over staten, die opgezonden moeten worden aan de Verzekeringskamer, bracht de eisch der openbaarheid mee, dat daarnaast werd voorgeschreven, dat die staten door den verzekeraar worden openbaar gemaakt. Dit is geschied in art. 28. De verzekeraar moet telken jare een verslag publiceeren, waarin alle aan de Verzekeringskamer gezonden staten zonder onderscheid en zonder dat daarin eenige verandering gebracht mag worden, moeten worden opgenomen. Volgens art. 82 moest dit voor het eerst geschieden in 1926. Dispensatie van deze publicatie kan door de Verzekeringskamer ingevolge het 2de lid van art. 82 alleen worden gegeven a. voor onbepaalden termijn aan liquideerende ondernemingen, die sedert het inwerkingtreden der wet geene nieuwe overeenkomsten meer afsluiten en b. voor ten hoogste 2 jaren aan ondernemingen, die na het inwerkingtreden der wet nieuwe overeenkomsten hebben afgesloten.

De openbaarmaking der verslagen moet geschieden door ze ter beschikking van aandeelhouders en polishouders te stellen tegen eene vergoeding, waarvan het maximum door de Verzekeringskamer wordt vastgesteld. In het O. O. was voorgeschreven, dat de verslagen ter beschikking moesten worden gesteld van „belanghebbenden". In het O. O. werd gevraagd, of dit begrip „belanghebbenden" niet te ruim was en of daaronder ook moest worden verstaan de agent van een concurreerende maatschappij? Ook gaf men in het V. V. te kennen, dat voor kleine ondernemingen, bijv. begrafenisfondsen, de hier opgelegde verplichting te bezwarend werd geacht, en dat de verplichting tot het doen drukken van het verslag hun althans niet behoorde te worden opgelegd. Daarop verving de Regeering „belanghebbenden" door „aandeelhouders en polis„houders" en voegde zij de tegenwoordige 3de en 4de leden aan het artikel toe met uitzondering van de laatste zinsnede van het 4de lid, welke het gevolg is van de overname door de Regeering van een amendement-van Gijn. Tevens zegde zij toe, dat in de instructie van de Verzekeringskamer zou worden bepaald, dat de exemplaren van de verslagen ter inzage liggen voor een ieder, terwijl ook niet zou zijn buitengesloten, dat zij zouden worden uitgeleend. In de

Sluiten