Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

113

Artikel 28—zg.

Instructie van de Verzekeringskamer (vastgesteld bij K. B. van 24 Juli 1923, Stbl. n°. 379) is thans (in art. 15) bepaald, dat de V.K. te haren kantore inzage verleent van de bijl art. 28 der wet bedoelde jaarverslagen. De bevoegdheid tot het uitleenen daarvan is dus niet gegeven.

Terwijl dus aandeelhouders en polishouders slechts het recht hebben om tegen vergoeding een exemplaar van het verslag te verlangen en, indien de V.K. met het oog op de daaruit voortvloeiende kosten daarvan dispensatie heeft verleend, om ten kantore der onderneming van het verslag inzage of afschrift te nemen, heeft een ieder recht op inzage van de verslagen ten kantore van de Verzekeringskamer. Wanneer moet het verslag ter beschikking van aandeelhouders en polishouders worden gesteld en moeten de 10 exemplaren daarvan aan de V.K. worden toegezonden? Lid 2 van art. 28 zegt, dat de verslagen ter beschikking moeten zijn gedurende 3 jaren, te rekenen van het einde van het boekjaar, waarop het betrekking heeft. Op grond van het feit, dat volgens art. 27 de statén vóór 1 Juli aan de V.K. moeten worden opgezonden en de V.K. in bijzondere omstandigheden aan eene onderneming toestemming mag verleenen om de indiening tot een lateren datum uit te stellen, mag zeker aangenomen worden, dat het jaarverslag, waarin de staten moeten worden opgenomen, ook niet eerder ter beschikking behoeft te worden gesteld dan op het tijdstip, dat voor de inzending der staten is voorgeschreven.

Bij art. 13 van het K. B. van 18 Juli 1925, Stbl. no. 335, is voorgeschreven, dat de staten in het jaarverslag moeten worden opgenomen in de volgorde van de daarop voorkomende nummering en zonder tusschenvoegingen, dat staten, die voor de onderneming geen toepassing vinden, niet worden ingediend en dat bij twijfel omtrent de al of niet toepasselijkheid de Verzekeringskamer beslist.

Artikel 29.

Ten aanzien van in het buitenland gevestigde ondernemingen worden, met betrekking tot het bedrijf hier te lande, verdere voorschriften gegeven bij algemeenen maatregel van bestuur. Daarin worden bepalingen opgenomen nopens de dekking der premiereserve in waarden, welke hier te lande aanwezig moeten zijn.

Deze waarden tot dekking der premie-reserve zijn aansprakelijk uitsluitend voor de verbintenissen uit de overeenkomsten van levensverzekering, waarop de premie-reserve betrekking heeft en voor zoover zulks het geval is.

Indien eene onderneming eene handeling, waarvoor zij krachtens een ingevolge het eerste lid gesteld voorschrift eene machtiging behoeft, verricht zonder zoodanige machtiging, is de handeling nietig.

8

Sluiten