Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

Artikel 29.

lid 4). De sub a bedoelde effecten en de schriftelijke schuldbekentenissen, betrekking hebbende op de sub b, c en d bedoelde schuldvorderingen, worden in open bewaring gegeven bij een door de V.K. goed te keuren hier te lande gevestigde bankinstelling. Door het enkele feit van deze inbewaargeving worden de bedoelde waarden aansprakelijk voor de verbintenissen uit de bovenbedoelde overeenkomsten van levensverzekering (art. 7, lid 2). De V.K. kan ook steeds voorschrijven, dat ter vorming of aanvulling van de dekking der premie-reserve de premiën, welke hier te lande betaald worden, na aftrek van een door haar billijk geachten onkostenopslag en van uitkeeringen voor die overeenkomsten, gedeponeerd worden bij eene door de V.K. goed te keuren bankinstelling hier te lande. Ook dat dépöt is dan uitsluitend aansprakelijk voor de bedoelde verbintenissen (art. 10).

Als de buitenl. onderneming niet voldaan heeft aan de verplichting tot volledige deponeering van waarden ter dekking van de hier bedoelde premie-reserve, mag zij geene nieuwe overeenkomsten afsluiten (art. 11, lid 2). Alleen in bijzondere gevallen kan de V.K. in dat geval toestaan om nieuwe verzekeringen te sluiten. Omtrent de verplichting tot deponeering van waarden voor de oude verzekeringen wordt dan door de V.K. eene regeling gemaakt. Deze waarden zijn dan uitsluitend aansprakelijk voor de oude verzekeringen, de voor de nieuwe verzekeringen te deponeeren waarden uitsluitend voor die verzekeringen (art. 11).

Regelingen, als even bedoeld, zijn tot dusver getroffen met 2 Engelsche maatschappijen en eene Duitsche maatschappij. Zij houden in, dat voorloopig slechts een gedeelte der premie-reserve voor de oude verzekeringen gedeponeerd wordt en dat het dépöt in verhouding tot die premie-reserve telken jare moet stijgen, totdat het na een aantal jaren het bedrag dier premie-reserve heeft bereikt. Deze regelingen zijn gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant resp. van 10 Juni 1924, no. 111, 10 Juni 1924, no. 111, en 23 Maart 1926, no. 57.

De voorschriften betreffende deponeering van waarden blijven buiten toepassing voor ondernemingen, die binnen 3 maanden na de inwerkingtreding van den alg. maatregel van bestuur, aan de V.K. schriftelijk hebben kennis gegeven, dat zij geen nieuwe overeenkomsten met hier te lande gevestigde personen wenschen te sluiten. Aan zulke ondernemingen kan dan, zooals van zelf spreekt, eene verklaring, als bedoeld bij art. 18 der wet, niet worden afgegeven (art. 15).

3°. de hier te lande gedeponeerde waarden tot dekking der premie-reserve zijn aansprakelijk uitsluitend voor de verbintenissen uit de overeenkomsten van levensverzekering, waarop die premiereserve betrekking heeft en voorzoover zulks het geval is. Hieruit

Sluiten