Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

151

Artikel 57—58.

Dit artikel is ontleend aan art. 54 FaiH.wet (oud), vóórdat dit artikel was gewijzigd door de wet van 13 November 1925, Stbl no 445. Het is natuurlijk niet gewenscht, dat een schuldeischer zich eene preferentie schept door een schuld aan eene maatschappij waarvan hij weet, dat zij niet aan hare verplichtingen zal kunnen voldoen, over te nemen en zich dan op compensatie te beroepen Dit zou natuurlijk alleen kunnen gebeuren, als de maatschappij met dien schuldeischer samenspant. Ook is het ongewenscht dat een schuldenaar wetende, dat de maatschappij niet meer aan 'hare verplichtingen zal kunnen voldoen, voor een kleiner dan het nominale bedrag opkoopt een vordering op de maatschappij Dit zou kunnen geschieden zonder medewerking van de maatschappij Door dergelijke handelingen wordt de paritas creditorum verbroken. Daar bij rechterlijke beslissingen soms de beperkte opvatting werd gehuldigd, dat art. 54 FaiH.wet (oud) alleen toegepast kan worden, als de speciale wetenschap bestond dat een bepaald persoon heeft besloten de aanvrage tot faillietverkaring te doen, niet reeds, als kan worden aangenomen de algemeene wetenschap, dat eene aanvrage tot faillietverklaring met langer kan uitblijven, is door de bovengenoemde wet de redactie van art 54 FaiH.wet met de meer ruime opvatting in overeenstemmine gebracht1). In art. 57, lste lid, voornoemd heeft men echter de zelfde wijziging niet aangebracht. Ook deze redactie laat evenwel m.i eene: uitlegging in den genoemden meer algemeenen zin toe Het 2de lid is geheel in overeenstemming met art. 55 der raill.wet.

Artikel 58.

Personen in dienst van de maatschappij, ten aanzien waarvan eene verklaring als bedoeld bij artikel 40 van kracht is, kunnen de dienstdtritïSLZllt^™ en hu"kan wederkeerig door de maatschappij de dienstbetrekking opgezegd worden, met inachtneming van de overeengekomen of wettelijke termijnen, met dien verstande echter, dat ra elk geval de dienstbetrekking kan worden geëindigd door opzegging met een termijn van zes weken.

af>?nl«epaa!,de* ^ het vo,riSe lid *eldt niet> «dien anders is overeenKfiïtFgïï^ ^ maat8chaPPli de veridari«* bedoeld

Dit artikel, dat ontleend is aan art. 40 der FaiH.wet, is, wat het ontslag betreft niet van toepassing op bestuurders en commissanssen, ook indien zij geacht kunnen worden in dienstbetrekking

eêkiUeerde^'Jnl^ Ë&S "Niette™n kan deSene' die een schuld aan den 'vanTeenderl tïtfi rdenng °P den S^le&tde vóór de faillietverklaring "inHiVn m; v* eeft ov?rgenomen, op schuldvergelijking geen beroep doen „mdien hn bij de overneming niet te goeder trouw heeft gehandeld"

Sluiten