Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

153

Artikel 60.

goeding vorderen. Het bedrag dier vergoeding kan niet te boven gaan hetgeen de bestuurder of commissaris als zoodanig van de maatschappij heeft genoten, tenzij de vroegere of tegenwoordige contractueele verhouding tusschen den bestuurder of commissaris en de maatschappij eene verdere aansprakelijkheid tegenover de maatschappij met zich brengt.

Hetgeen een vroegere of tegenwoordige bestuurder of commissaris als zoodanig van de maatschappij heeft genoten door eenige uitkeering, welke uit de winst behoort te worden bestreden, kan door de Verzekeringskamer van dien bestuurder of commissaris worden teruggevorderd, wanneer blijkt, dat de uitkeering niet werd bestreden uit de werkelijk gemaakte winst, ook al is de toestand der maatschappij niet aan dien bestuurder of commissaris te wijten.

Van eene vordering, als bedoeld bij de vorige leden, neemt kennis de in artikel 40 genoemde arrondissements-rechtbank.

In de Mem. v. T. wordt hieromtrent het volgende gezegd: „De vraag of in deze wet eene regeling der aansprakelijkheid „van bestuurders en commissarissen behoort te worden opgenomen, „is bevestigend beantwoord. Hoewel op goede gronden kan worden „betoogd, dat dit onderwerp van algemeener strekking is, kan toch „niet worden ontkend, dat speciaal ten aanzien van levensverzekeringmaatschappijen eene regeling der aansprakelijkheid „wenschelijk is. Levensverzekering veronderstelt bij de verzekerden „eene groote mate van vertrouwen, vertrouwen ook in de kunde „van bestuurders en commissarissen. Wie eenmaal eene levensverzekering heeft loopen kan niet gemakkelijk zonder schade den „band met zijn verzekeraar verbreken en eene nieuwe overeenkomst „sluiten met een anderen verzekeraar. De verzekerden moeten er „op kunnen rekenen, dat wanneer de toestand der maatschappij „aan grove schuld of nalatigheid van bestuurders of commissarissen is te wijten, ook dezen in het verlies zullen hebben bij „te dragen.

„Ook ware het onbillijk, dat uitkeeringen, welke uit de winst „behooren te geschieden, zouden mogen worden behouden, indien „de maatschappij mis gaat, wanneer eenmaal is aangetoond, dat „voor winst werd aangezien en als zoodanig behandeld, wat het in „werkelijkheid niet was.

„Van deze overwegingen is artikel 60 het uitvloeisel. Daarin is „niet geregeld eenige mogelijke aansprakelijkheid tegenover polls„houders uit onrechtmatige daad. Het geldingsgebied van artikel 1401 „B. W. wordt door het artikel niet aangetast. Ook laat het artikel „mogelijke contractueele aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen jegens de maatschappij in haar geheel. Het artikel 60 „stelt dus, daargelaten eene actie uit artikel 1401 B. W. of eene actie „uit overeenkomst, eene verplichting tot terugstorting aan de maatschappij van gelden van die maatschappij genoten. Het eerste lid

Sluiten