Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

162

Artikel 61.

andere overeenkomsten aan eene andere maatschappij krachtens art. 61 dwingend karakter tegenover de schuldeischers uit die overeenkomsten. Uitdrukkelijk wordt aan het slot van het lste lid van art. 61 gezegd, dat beteekening van de rechterlijke beschikking aan, noch medewerking van anderen (bedoeld worden hier de schuldeischers uit die overeenkomsten) wordt vereischt. Aan die schuldeischers is echter gelegenheid gegeven om binnen den door de rechtbank bij hare beschikking te bepalen termijn tegen die beschikking in beroep te komen bij het gerechtshof. Na de beschikking van het gerechtshof staan de door dit college aangebrachte wijzigingen in de overeenkomsten en bevolen overdracht der overeenkomsten onherroepelijk vast. Zelfs zullen latere geschillen tusschen de overdragende en overnemende maatschappijen over de uitvoering van de tusschen haar gesloten overeenkomst niets kunnen veranderen aan het feit, dat de derden, de schuldeischers uit de overgedragen overeenkomsten, rechten en verplichtingen jegens de overnemende maatschappij hebben gekregen. Zie overigens aant. 2 slot op art. 37.

Het initiatief tot het aanbrengen van wijzigingen behoort aan de Verzekeringskamer. De wijzigingen zelve worden aangebracht bij of krachtens eene beschikking der rechtbank (eventueel dus bij of krachtens beschikking van het gerechsthof). Uit het woord „krachtens" is af te leiden, dat de rechter niet zelf iedere overeenkomst zal behoeven te wijzigen bv. zelf dadelijk het nieuwe verzekerde bedrag vaststellen, doch ook zal kunnen aangeven grondslagen, op grond waarvan de overeenkomsten gereconstrueerd en de nieuwe verzekerde bedragen vastgesteld kunnen worden.

Daar de regeling van Hoofdstuk IV geene verificatie van schuldvorderingen kent, zal de rechter bij toepassing van art. 61, bij gebleken verschil, wel in de eerste plaats moeten vaststellen welke vorderingen vallen onder de in den aanhef van art. 61 genoemde uitzondering, en voorts welke de verplichtingen der maatschappij zijn, bv. in welke muntsoort de verzekeringen betaalbaar zijn en of de verzekerden recht hebben op valorisatie van de in gedeprecieerde munt betaalbare verzekeringen, indien het betreft eene spaarkasonderneming, bv. of al of niet vaste of minimum uitkeeringen aan de deelhebbers zijn gegarandeerd. Wel is de rechter krachtens art. 61 formeel bevoegd elke wijziging aan te brengen, die hem goeddunkt, doch materieel is hij daarbij gebonden aan algemeene rechtsbeginselen, welke niet toegepast kunnen worden, indien hij zich niet vooraf rekenschap geeft van de beteekenis van de bestaande verplichtingen der maatschappij. Zoo zal hij wel niet, zonder zeer bijzondere redenen, waar het maatschappelijk kapitaal bij eene naamlooze vennootschap ten doel heeft tot waarborg te strekken voor de nakomingen der verplichtingen jegens schuld-

Sluiten