Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

164

Artikel 61.

met handhaving of vermindering van de bestaande premiën, worden in stand gehouden en niet, dat zij dadelijk geheel worden geliquideerd met uitbetaling van een bepaald bedrag. Wat lijfrentetrekkers betreft, is het al heel duidelijk, dat het doel, waarmee de overeenkomsten zijn gesloten, ten eenenmale bij eene uitkeering in eens wordt gemist. Maar ook andere verzekerden, wier gezondheidstoestand van dien aard is, dat zij zich niet opnieuw kunnen verzekeren of van wie te verwachten is, dat zij dit tegen hun belang niet zullen doen, zijn niet geholpen met een gedwongen afkoop van hunne verzekeringen. In een zeer bijzonder geval, dat de dekking van de premie-reserve zoo gering is, dat eene overdracht voor zulk een klein percentage aan eene andere maatschappij niet mogelijk is, zal niets anders dan zulk een gedwongen afkoop overblijven. Bij de toepassing der noodregeling op spaarkasondernemingen bestaan in het algemeen niet de genoemde bezwaren tegen dadelijke liquidatie met uitkeering van een bedrag in eens. Niettemin kan het ook dan meer in het belang der spaarders zijn om, zoo mogelijk, hunne contracten integraal over te brengen naar eene andere maatschappij of om de maatschappij zelve op gezonderen basis te stellen bv. door met wegneming van eene bestaande rentegarantie de beleggingen over de afzonderlijke spaarkassen te verdeelen en deze kassen zelve het risico dier beleggingen te doen dragen. In het normale geval, bij de toepassing der noodregeling op eene levensverzekeringmaatschappij, zal wijziging in den zin van art. 61 moetenbeteekenen reconstructie van de verzekeringen met vermindering van de verzekerde bedragen. Indien het zou betreffen eene maatschappij, die slechts lijfrenten tegen koopsommen sloot, zou de oplossing eenvoudig genoeg zijn. Alle uitkeeringen zouden tot hetzelfde percentage verminderd moeten worden. Ingewikkeld wordt echter de zaak, doordat alle eigenlijke levensverzekeringmaatschappijen al of niet naast lijfrentecontracten kapitaalverzekeringen sluiten met doorloopende of afloopende premiebetaling. Het is duidelijk, wat zou gebeuren indien de rechter alle verzekerde kapitalen, onverschillig of volgens de overeenkomst ook in de toekomst nog premiën zouden zijn te betalen, tot een zelfde percentage in verhouding tot de aanwezige dekking der premie-reserve, stel 50 %, zou verminderen. Daar een verzekerde, wiens premiebetaling nog niet is afgeloopen, gewoonlijk het recht heeft de verzekering premie-vrij te maken, zoude hij dit ongetwijfeld dan doen, omdat hij, doorgaande met premiebetaling, daarvoor niet de volle tegenwaarde, zelfs in het geheel geene tegenwaarde zoude ontvangen. Immers zou hij gelijk behandeld worden met den verzekerde, die volgens zijne polis na den datum van aanvang der noodregeling in het geheel geene premiën meer verschuldigd was. Het resultaat, stopzetting van alle verdere premiebetaling en premievrijmaking

Sluiten