Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

169

Artikel 61.

mocht gelukken, zou de rechter kunnen beschikken, dat de contracten onveranderd overgaan naar de overnemende maatschappij. Alleen voor het geval, dat het herverzekerde kapitaal mocht te boven gedaan het gereduceerde verzekerde kapitaal, zou ook het eerste verminderd moeten worden met bepaling, dat de vrijkomende reserve wordt uitgekeerd aan den verzekeraar.

In verband met de vermindering van het herverzekerde kapitaal, zou natuurlijk de herverzekeringspremie door den rechter evenredig verminderd moeten worden. Indien de herverzekeraar dan tengevolge van de door hem over het geheele verzekerde kapitaal betaalde provisie schade mocht lijden, zou het mogelijk zijn om daarmede bij de beschikking, waarbij de herverzekering wordt gereconstrueerd, op de een of andere wijze rekening te houden.

Het is natuurlijk mogelijk, dat bij de toepassing van art. 61 het ook gewenscht kan zijn wijziging te brengen in andere overeenkomsten dan die van levensverzekering. Betreft het gewone concurrente geldvorderingen op de maatschappij, dan is de oplossing eenvoudig genoeg. Aan de schuldeischers daarvan wordt het voor allen geldende percentage toegekend. Maar hoe wanneer het betreft overeenkomsten, waarbij zoowel van de zijde van de maatschappij als van die van de tegenpartij nog praestatiën zijn te verrichten bv. huurovereenkomsten of overeenkomsten, gesloten met geneeskundigen over keuringen van verzekerden? Ook deze zullen krachtens art. 61 gewijzigd en dus op een vroeger tijdstip dan was overeengekomen beëindigd kunnen worden (zie wat betreft de preferentie van de bij de uitspraak der noodregeling opeischbare huur- en pachttermijnen aant. 2 op art. 61). Men zal daarbij dan wel van het beginsel moeten uitgaan, dat voor praestatiën, welke door den schuldeischer na de uitspraak der noodregeling verricht worden (dus bij huren voor den tijd, loopende na de uitspraak der noodregeling) de volle tegenpraestatie moet worden gegeven.

Daar de beschikking van den rechter, waarbij de maatschappij onder de noodregeling is gebracht, krachtens art. 44 bij voorraad uitvoerbaar is, kan eene beschikking der rechtbank krachtens art. 61 reeds dadelijk na de eerstgenoemde beschikking genomen worden, mits natuurlijk de maatschappij behoorlijk opgeroepen is. Het kan gewenscht zijn, dat de beide beschikkingen zoo spoedig mogelijk op elkaar volgen, omdat anders de mogelijkheid zou bestaan, dat de verzekerden, door de uitspraak der noodregeling opgeschrikt, zich spoedig zouden laten verleiden om hunne verzekeringen in den steek te laten en naar andere maatschappijen over te gaan m.a.w. nieuwe verzekeringen te sluiten bij andere maatschappijen, waarbij met hunne reserve's bij de oude maatschappij geen rekening zou worden gehouden. Reeds de mogelijkheid van deze gebeurtenis kan het moeilijk maken om eene maatschappij te vinden, welke

Sluiten