Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

172

Artikel 63—64.

Krachtens het 2de lid van art. 64 kan de rechtbank bij de faillietverklaring voorschriften geven, de rangorde der schuldeischers betreffende. De M. v. T. op een overeenkomstig voorschrift (art. 27, 2de lid, 2de zin) der Noodwet luidde: „De tweede zin van het „tweede lid is opgenomen om de mogelijkheid te openen, dat de „verzekerden, van hetgeen zij blijven storten meer terugkrijgen dan gewone concurrente schuldeischers". Dit laatste is begrijpelijk. Als de polishouders na de uitspraak der noodregeling premiën blijven storten in het vertrouwen, dat de rechter bij de toepassing van art. 61 hun daarvoor de volle tegenwaarde zal toekennen, zal dit vertrouwen door de faillietverklaring der maatschappij niet beschaamd mogen worden. Bovendien kan het gewenscht zijn om aan de vorderingen op de maatschappij, welke voortvloeien uit handelingen, door de maatschappij verricht gedurende den tijd, dat de verklaring, bedoeld bij art. 40, van kracht is, het daar toegekende voorrecht te doen behouden.

Tegen de beschikking der rechtbank tot verklaring van de maatschappij in staat van faillissement is geene hoogere voorziening toegelaten.

De afwikkeling van het faillissement geschiedt op de gewone, door de Faillissementswet voorgeschreven wijze.

Artikel 64.

De verklaring, bedoeld bij artikel 40, is van kracht hetzij voor onbepaalden tijd, hetzij gedurende een bij die verklaring te stellen termijn.

De verklaring houdt van rechtswege op van kracht te zijn ingeval de maatschappij ingevolge artikel 63 in staat van faillissement wordt verklaard. De rechtbank kan bij de faillietverklaring voorschriften geven, de rangorde der schuldeischers betreffende.

De termijn, bedoeld bij het eerste lid, kan door de in artikel 40 genoemde rechtbank op voordracht van de Verzekeringskamer telkens worden verlengd, na verhoor, althans behoorlijke oproeping, van de maatschappij.

Elke verlenging wordt door den griffier onverwijld openbaar gemaakt onder overeenkomstige toepassing van artikel 47. Tegen eene verlenging kan iedere schuldeischer, alsmede de maatschappij, gedurende acht dagen na den dag, waarop de verlenging is geschied, bij verzoekschrift in hooger beroep komen. Het gerechtshof beslist bij met redenen omkleede beschikking. Indien beroep is ingesteld door één of meer schuldeischers geeft het hof geene beschikking dan nadat ook deze schuldeischers zijn gehoord, althans behoorlijk opgeroepen. Hangende beroep blijft de verlenging van kracht.

De verklaring, bedoeld bij artikel 40, kan door de in dat artikel genoemde rechtbank op voordracht van de Verzekeringskamer te allen tijde worden ingetrokken. Het bepaalde bij het voorgaande lid

Sluiten