Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

179

Artikel 73—74—75.

een amendement-Marchant c.s. De genoemde verplichting is opgenomen in het 2de lid van art. 40. In art. 73 wordt de verplichting nader gepreciseerd. De individüeele bestuurder en commissaris is in het gestelde geval niet verplicht om zelf namens de maatschappij een verzoek bij de rechtbank in te dienen, maar om aan de andere bestuurders en commissarissen een voorstel tot voldoening aan bedoelde verplichting te doen of om een door een anderen bestuurder of commissaris gedaan voorstel te steunen Daaruit is af te leiden, dat de wet den individueelen bestuurder of commissaris ook niet gerechtigd acht om het verzoek namens de maatschappij te doen en zeker terecht. De meening van één enkelen bestuurder of één enkelen commissaris, dat de maatschappij m de toekomst niet aan hare verplichtingen kan voldoen, mag hem met het recht geven om namens de maatschappij dezen gewichtigen stap bij de rechtbank te doen. Aan wien moet de bestuurder of commissaris het voorstel om het verzoek in te dienen doen? Bliikbaar aar. de gezamenlijke bestuurders en commissarissen, omdat aan alle bestuurders en commissarissen de verplichting wordt opgelegd om in het gestelde geval het bedoelde voorstel te doen of zulk een voorstel te steunen. Daar de statuten gewoonlijk wel regelen de wijze, waarop een besluit van de directie of van het college van commissarissen tot stand komt, maar niet kennen een gezamenlijk handelen van bestuurders en commissarissen en dus ook niet regelen de wijze, waarop een besluit van de gezamenlijke bestuurders en commissarissen wordt genomen, doet zich de vraag voor hoevelS van de bestuurders en commissarissen vóór het besluit moeten z«n om de bevoegdheid te geven om namens de maatschappij het verzoek

beoLfrr HCt k°mt ,mij V°°r' dat nu de wet daaromtrent nkts bepaalt, de gewone volstrekte meerderheid voldoende is. Indien eenstemmigheid noodig zou zijn, zou een enkele bestuurder of

ZeSTrl* ' rdie"en T het Verzoek kunne" tegenhouden wa moeilijk de bedoeling van den wetgever geweest kan zijn

Zie wat betreft de beteekenis van de woorden „redelijkerwijze „moetende voorzien, dat de maatschappij in de toeK öp^rt 40. verPlichtinSe« kunnen voldoen" de toSShting Artikel 74.

hHD/wSSt,?Jfder ? c™mi88ari8' °P eene oproeping als bedoeld bij artikel 41, eerste lid, wederrechtelijkTwegblijft, wordt gestraft mét

Artikel 75.

De bestuurder of con"nissarls, die opzettelijk niet voldoet aan verplichting de ingevolge artikel 41, eerste &T^S£a4^SJSi

Sluiten