Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

190

Artikel 83—84.

bestuurders en commissarissen. Bij het V.V. gaven verscheidene leden den wensch te kennen aan de hier voorgeschreven opgaven toegevoegd te zien de verplichting tot inzending van statuten of reglementen, verslagen, balansen en winst- en verliesrekeningen over de laatste tien jaren. Ook waren verscheidene leden van oordeel, dat aan alle ondernemingen, die bij het inwerkingtreden der wet het l.v.-bedrijf uitoefenden en geene naamlooze vennootschap of onderlinge maatschappij waren, de verplichting moest worden opgelegd om binnen een betrekkelijk korten tijd aan de Verzekeringskamer mee te deelen, welke haar rechtstoestand is en waaruit haar actief bestaat. Voorts achtten sommige leden het noodzakelijk de Verzekeringskamer bevoegd te verklaren in te grijpen in het belang der polishouders, indien zulks noodig mocht zijn om te voorkomen, dat de bezittingen aan de polishouders zouden worden onttrokken. Andere leden meenden, dat die bevoegdheid niet met de aan de Verzekeringskamer in dit ontwerp opgedragen taak in overeenstemming zou zijn. Daarop antwoordde de Regeering bij M. v. A. op art. 83: „Met den door verscheidene leden geuiten „wensch is rekening gehouden. De uitwerking kan geschieden bij „algemeenen maatregel. Daardoor kan tevens verwezenlijkt worden „het denkbeeld door verscheidene leden bij artikel 78, oud, in overweging gegeven.

„De ondergeteekenden hebben wel bezwaar de Verzekeringskamer eene algemeene macht tot ingrijpen te geven waar en „zooals haar goed dunkt. Het verdient aanbeveling af te wachten „hetgeen door de toepassing der wet aan het licht zal treden. „Blijken dan verdere wettelijke maatregelen noodzakelijk, dan zal „het daartoe noodige worden verricht. Men heeft dan althans een „helderder beeld van de te regelen materie".

De bedoelde algemeene maatregel van bestuur is vastgesteld bij K. B. van 24 Juli 1923, Stbl. no. 378. Het betreft hier dus inlichtingen, welke de ondernemingen ongevraagd slechts éénmaal, binnen 6 maanden na 15 November 1923, hebben te verstrekken: De inlichtingen, welke zij na afgifte der verklaring van art. 18 en later telkens bij het intreden van wijzigingen van het eenmaal opgegevene ongevraagd hebben te verstrekken krachtens art. 21, zijn opgenomen in den algemeenen maatregel van bestuur, vastgesteld bij K. B. van 2 November 1923, Stbl. no. 501.

Zie wat betreft het 3de lid de toelichting op de leden 2 en 3 van art. 68.

Artikel 84.

Bij algemeenen maatregel van bestuur kunnen verdere voorschriften worden gegeven in het belang van eene goede uitvoering dezer wet.

Sluiten