Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

209

Den Raad van State gehoord (advies van 23 October 1923 n°. 16);

Gezien het nader rapport van Onzen Minister van Justitie, mede namens Onze Ministers van Buitenlandsche Zaken en Landbouw en van Koloniën, van 31 October 1923, le Afdeeling C n°. 818;

Hebben goedgevonden en verstaan te bepalen: Artikel 1.

De ingevolge artikel 21 der Wet op Levensverzekeringbedrijf 1922 (Staatsblad n° 716) ongevraagd aan de Verzekeringskamer te verstrekken inlichtingen omtrent de inrichting van het bedrijf zijn:

A. voor ondernemingen, voor zoover geen spaarkas zijnde: opgave of haar bedrijf geheel of in hoofdzaak is ingericht voor

vol ks verzekering;

B. voor ondernemingen, binnen het Rijk in Europa gevestigd: opgave der landen, waar zij haar arbeidsveld hebben;

C. voor alle ondernemingen (al of niet spaarkas zijnde);

1°. opgave of zij in de te sluiten overeenkomsten vaste verzekerde bedragen toezeggen of gegarandeerde minimum bedragen dan wel of de toegezegde uitkeeringen noch vaste noch minimum bedragen zijn;

2°. reglementen, zoo deze naast de statuten bestaan;

3°. verzekeringsvoorwaarden, zoo de onderneming niet reeds krachtens artikel 83 van voornoemde wet tot indiening hiervan verplicht is.

Artikel 2.

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip, waarop de Wet op het Levensverzekeringbedrijf 1922 (Staatsblad n°. 716) in werking treedt.

VIII.

BESLUIT van den 5den November 1923, Staatsblad n° 507, houdende een algemeenen maatregel van bestuur, als bedoeld bij artikel 15, lid 2, der Wet op het Levensverzekeringbedrijf 1922 (Staatsblad n . 716).

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Overwegende, dat het wenschelijk is uitvoering te geven aan artikel

14

Sluiten