Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

211

IX.

BESLUIT van den 29sten Januari 1924, Staatsblad n°. 24, tot uitvoering van artikel 29 der Wet op het Levensverzekeringbedrijf 1922. (Buitenlandsche Verzekeringsmaatschappijen.)

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Justitie, mede namens Onze Ministers van Binnenlandsche Zaken en Landbouw en van Koloniën, van 13 December 1923, afd. I C, n°. 819;

Den Raad van State gehoord (advies van 8 Januari 1924, n°. 29);

Gezien het nader rapport van Onzen Minister van Justitie, mede namens Onze Ministers van Binnenlandsche Zaken en Landbouw en van Koloniën, van 22 Januari ,1924, lste Afd. C, n°. 787, van 24 Januari 1924, Afd. Binnenlandsch Bestuur, n°. 998 en van 25 Januari 1924, lste Afd., n°. 59;

Overwegende, dat het wenschelijk is ten aanzien van in het buitenland gevestigde ondernemingen van levensverzekering met betrekking t tot het bedrijf hier te lande verdere voorschriften te geven;

Gelet op de artikelen 29, 84 en 86 der Wet op het Levensverzekeringbedrijf 1922, Staatsblad n°. 716;

Hebben goedgevonden en verstaan te bepalen: Artikel 1.

1. Voor de in artikel 2 bedoelde overeenkomsten van levensverzekering moeten de waarden tot dekking der premiereserve in het Rijk in Europa aanwezig zijn. Onder premiereserve wordt mede verstaan de reserve voor gegarandeerde winstuitkeeringen.

2. Voor Spaarkassen heeft de reserve uitsluitend betrekking op de wederverzekering en de dekking voor toekomstige onkosten, tenzij bepaalde minimum-spaarkasuitkeeringen zijn toegezegd, in welk geval zij ook omvat de reserve voor die minimum-uitkeeringen.

Artikel 2.

1. De in artikel 1 bedoelde premiereserve heeft, met de beperking genoemd in het tweede lid van artikel 1, betrekking op de overeenkomsten van levensverzekering:

Sluiten