Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDENDE CORRESPONDENTIE

(Juli 1898-2 April 1899)

WelEdGeb. Hr. Willem Kloos,

Hoofdred. van „De Nieuwe Gids"

Geachte Heet,

Nu zult U wel verbaasd zijn, dat ik met mijn nietig werk bij U durf komen. Maar ik vraag Ü heel vriendelijk niet boos te willen zijn, - hoe weet ik, wat mijn dichten absoluut waard is, wanneer ik het eenig ware oordeel niet heb ingeroepen? Daarom kom ik bij U met mijn verzoek; wil bijgaande verzen lezen. Ik zal U zoo hartelijk dankbaar zijn, en me geheel aan Uw uitspraak onderwerpen.

Zijn ze waardeloos, mag ik ze dan zoo spoedig mogelijk terug ontvangen? Dan hoef ik met lang vergeefsch in spanning te zijn. U zult me mijn onbescheiden wagen niet al te kwalijk nemen?

Hoogachtend,

Jeanne Reyneke van Stuwe den Haag, Juli, 1898

Bussum, Villa Parkzicht 9 Nov. '98

Geachte Freule,

Lang heb ik gewacht, met U te antwoorden, waarvoor ik U mijne beleefde excuses aanbied. Maar het was eenigszins moeielijk

Sluiten