Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

LIEFDESBRIEVEN

voor mij, U te antwoorden, omdat er zoo'n groot verschil is tusschen de verzen, die mij van Uw hand gewierden, en de vele, die mij van andere zijden ter beoordeeling worden gezonden. Het artistieke willen Uwer verzen is zóó gedistingeerd, er staan dingen in, die van zóó delicaat zien en voelen getuigen, dat ik in het onzekere bleef verkeeren, of ik Uwe inzending op zou nemen ot niet. Nu mijne indrukken een beetje bij mij bezonken zijn, veroorloot ik mij thans echter, U ronduit te bekennen, dat gij ongetwijfeld veel aanleg hebt, en dat gij bij doorgezette studie en zelfvolmaking zeker eens een uitnemende dichteres zult kunnen worden; doch daar het U, blijkens de uitstekende qualiteiten, waarop vele Uwer regels kunnen bogen, niet om een oppervlakkige beroemdheid, maar inderdaad om de kunst te doen is, zou ik U aanraden deze verzen liever nog niet te plaatsen, maar nog een tijdie te willen wachten, totdat gij opeens voor den dag kunt komen, als de dichteres die gij ongetwijfeld eenmaal geroepen zult wezen te zijn.

Öm U té toonen, dat deze brief niet is een hoffelijk complimentje, zooals gij er misschien wel eenige zult ontvangen, veroorloof ik mij hier te citeeren, wat ik bijzonder mooi vind in Uwe verzen.

„Het weidegroen waast heen In klaaaioos-treurende eenzaamheid."

„De loome, lange dag sluipt henen. Een dier dagen, Die somber sterven, moegeleefd."

„verwisschend in den mist."

„Hoe zalig zou mijn levenskracht vervlieten, Als in een zoete zomeravondlucht Mijn adem stil ontvluchtte in een zucht, - f Dan was mijn dood niet zwaar, maar één genieten.

,/t Banaal gepraat de zeestem overklinkt."

„Wanneer de zee haar forsche golven dwingt, Veerkrachtig op te stuwen tegen 't strand, En wild de wind zijn oorlogszangen zingt.

„Veel waaiers, koel gezwaaid door kleine handen, Doen 't rood van blozende gezichtjes kalmen."

Sluiten