Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDENDE CORRESPONDENTIE

5

O.a. deze plaatsen vind ik ronduit-gezegd magnifiek en ik hóud mij wel zéér aanbevolen verdere proeven van U ter inzage te mogen ontvangen.

Met de meeste hoogachting

Uw dw. Willem Kloos

♦ ♦

's-Gravenhage, 10 Nov, 'o8

Geachte Heer,

O, wat hebt U me innig, innig gelukkig gemaakt met Uw brief! Hoe zal ik U daarvoor óóit genoeg kunnen danken! Dat juist U, U me zooveel moed hebt gegeven, die me inspireeren zal tot krachtiger kunnen! O, ik ben in één verrukking gekomen door Uw woorden. Ik zou mijn groote, dankbare bHjdscTiap wel willen uitjubelen. .. dat ik iets kan, - misschien iets wórden zal...

O, wat is 't toch heerlijk, heerlijk, dat U me geantwoord hebt... en vooral, dat U me hebt aangewezen, wat U goedvondt in mijn verzen.

Nu moet ik U nog vertellen, dat er nü al een dichtbundeltje van mij uitkomen zal. 't Is niet goed en verstandig, dat voel ik wel, - maar ik kan 't nu eenmaal niet laten, altijd te handelen naar den eersten impuls... Dat is de factor, die mij totaal ontbreekt: - misschien de hinderpaal, om óóit iets groots te kunnen worden, geduld... Ik kan niet, ik kan niet wachten... En dan, als een uitgever mij zegt, dat verzen zoo moeilijk te plaatsen zijn, en ze dan tóch aanneemt en er zijn best voor wü doen, - dan ben ik zoo blij, dat ik in mijn vreugde niet vérder denk. Ik schrijf U dit, opdat Ü niet denken zou, dat ik Uw raad niet zou willen aannemen, als ik kon. Ik wéét, dat het beter zou zijn, veel beter... en als ik dat weet, waarom kan ik dan toch niet? Het is iets zoo akeligonmstigs in me, dat ik al maar voort wil en voort, zonder te vragen naar het half-klare of onvolkomene... Ik wou, dat ik kalmer kon zijn én verstandiger.

En nu nog eens: ontvang mijn besten, besten dank voor Uw

Sluiten