Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDENDE CORRESPONDENTIE

13

Ik ga naat alle waarschijnlijkheid einde dezer week weer naar Bussum; precies kan ik het niet zeggen: want Willem Witsen en zijn vrouw zijn herstellende van de influenza: gisteren zijn ze weer voor het eerst beneden geweest, maar ik kan ze nu niet zoo opeens in den steek laten. Maar zoodra ik weer in Bussum ben, zal ik het U dadelijk doen weten; schrijft U mij dan met welken trein U komt, dan zal ik U van de spoor halen. Maar geeft U dan een herkenningsteeken, waardoor ik U opmerken kan.

Wij kunnen dan of wandelen gaan, b.v. naar Hilversum of naar mijn kamer op Parkzicht gaan, juist zooals U dat verlangt.

Ik zal nu maar niet verder schrijven, want ik moet nog mijn Literaire Kroniek voor April afmaken. Ik hoor dan wel van U. Ik ben een beetje bang, dat U zich nog bedenkt.

Ik voel me vandaag zoo heelemaal anders dan vorige dagen, en dat is Uw schuld.

Met vriend, hoogachting

de Uwe Willem Kloos

Neen! ik zal mij niet bedenken! Ik zal werkelijk komen.

Jeanne Reyneke van Stuwe

* *

Ede (Gld.) Villa Zonneberg 27 Maart '99

Geachte Freule,

Mag ik zeggen, wat ik meen? U is een magicienne, - 't juiste Hollandsche woord weet ik hier niet voor op het oogenblik. Want Uw briefje kwam zoo even en heeft mij het onderste boven gekeerd. Ik was eerst vanmorgen kalm en inwendig-stil, alleen met een zacht tikje weemoed nu en dan, omdat ik zoo lang niets had gehoord uit „den Haag". Maar nu is Uw brief gekomen en ik ken mezelf "niet meer.

Sluiten