Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE PERIODE

3i

niets anders wil ik, niets anders lief ik dan jou, op niets anders vertrouw ik, absoluut en zonder achtergedachte, dan op jou. Jij bent de eenige waarachtige mensch: ik zie niets anders, ik voel niets anders dan jou...

Dit is geen verlangen-in-'t-algemeen naar een vrouw, dat in me brandt, neen, wat ik voel, voel ik voor jou-alleen en voor altijd voor jou, want jij bent de aleenige, waar ik om geef en ooit om geven zal. Ik heb jou altijd gezocht, mijn heele leven door, en eindelijk, eindelijk heb ik jou toch gevonden. O, en schrik niet van mijn hartstocht, want ik zal altijd zacht en goed en gedwee voor je zijn: ik zal je doen lachen, als je lachen wilt, en je verrukken als je verrukt wü zijn. En je pleizier doen hebben zonder grens. Weet je nu, dat ik je hartstochtelijk liefheb, voel je 't nu en begrijp je 't nu? Zoo ben ik nu geworden door je brief van vanavond, en ik zeg het je, omdat je niet het land aan me hebt. Ik kus je in gedachten overal waar je maar wilt. Hier ben ik, neem me, ik kan met anders en wil niet anders, want ik ben jouw uitsluitend eigendom, zoolang je 't zelf verkiest.

Willem

O, Lief, Lief, Allerliefste, Allerbeste, wat maak je me toch innigzalig met je brieven! Ik las je brief zooeven en voel me daarna zoo blij en kalm en veel rustiger dan daarvóór. O, Lief, wees niet boos op me, of bedroefd erover, als ik wel eens klagend of steun vragend aan je schrijven zal, - heb dan maar een beetje medelijden met me, en denk er niet verder aan. Ik zal innerlijk wel beter worden, als jij me maar, zooals je me hebt beloofd, aan mezelf te onttrekken tracht, en mij nooit aan mijzelf overlaat. O, weet je, wat ik zoo innig graag wou? Ik zou willen, dat ik iets doen kon voor jou, iets positiefs, iets, waaraan ik al mijn krachten wijden kon; o, dat zou me zoo sterk maken en levenslustig, en het leven zoo draaglijk voor mij, als ik wist, dat ik arbeidde aan jouw heil! Want nu neem ik al je goedheid en liefheid maar aan, en ben niet in staat er iets voor terug te geven dan lijdelijke liefheid en negatief gelukkig-maken. Ik doe niets, ik ben niets, ik kan niets, en ik smacht er naar iets werkelijks voor je te zijn, een positieve steun, een altijd-klaar-staande hulp. Ach, toe, Lief, is er niets, niets, wat ik voor je kan doen? Iets groots,

Sluiten