Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE PERIODE

45

gelukkig te maken, zóó gelukkig als de eene mensch de andere maar maken kan. O, ik zal je doen bezwijken van diepe vreugd, o, ik zal van een wilde, machtig-lievende, jou verrukkende, want zelfs in zijn hartstocht gedweeë, eindelooze teederheid voor je zijn. Ik heb je lief, want je bent geen mensch meer maar de waarachtige godin-op-aard. En dat zal je hoe langer hoe meer worden, geloof mij toch, hoe meer ik je ken. Want je bent mooi, maar dat is het niet alleen waarom ik je liefheb, dat is maar de helft. Want de ziel, die uit je brieven spreekt, als je je zoo laat gaan, als je zoo heelemaal toont, wie je eigenlijk, diep-in bent, - daar voel ik voor; ik kan het je nu niet zeggen, ik zal het je slechts kunnen toonen als wij eenmaal samen zijn, altijd samen, zonder verwijdering, zonder verdriet. Toe, zeg me, en zwijg hier niet op, wil je zijn door alle tijden, mijn eenig-geliefde, heerlijke, machtige, hoog- en diep-gelukkige vrouw? Want ik voel de kracht en den wil en den gloed en de overgave in me, om je leven zoo heerlijk te maken, als geen leven nog op aarde was.

Je hebt mijn brief nu ontvangen, waarin ik zeg, dat ik Maandag kom. Ik had eerst Zaterdag willen komen, maar dat is zoo'n rare dag. Heb je 't liever, dan wil ik natuurüjk Zaterdag al komen, dan ga ik 's nachts in een hotel in den Haag en blijf Zondag over. Maar schik dit heelemaal zooals 't jou 't prettigst is. O, wat zal dat een goddelijke tijd worden als je in Bussum komt!

Ik maak hier een spoedbestelling van. Hij komt om even vóór tweeën op de post.

Jouw eigen Willem

* *

Liefste en beste van-al-wie-bestaat, - ik heb je hef, ik heb je hef met alles wat in mij is, - ik geef mijn leven aan je over! Ik vertrouw mij aan je met een heilig geloof in je kracht, om mij zoo sterk te maken als jij zelf dat ben! O, als jij me helpen wil, met je teedere goedheid, je troost, je steun, je raad, je vriendelijke deelneming in alles, wat mij betreft, - dan vrees ik het leven niet meer, dan krijg ik veerkracht en moed, en daardoor, o, Lief, zal ik in werkelijkheid méér zijn voor jou! Want, o ik smacht iets %ekers voor je te wezen, niet zoo maar een schijn, waar jij van houdt, omdat je er iets moois

Sluiten