Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56

LIEFDESBRIEVEN

na Zondag, met bevende vingers hebt open-gemaakt, in angst, dat er „Amice" of „WelEdGeb. Hr." zou boven staan. Ik geloof er niets van. Je bent eigenlijk veel te zeker van me, ik zal je eens een beetje bang maken me te verliezen, dan ga je véél meer van me houden. Zal ik dat doen?

Nu, ik zal je toch maar een kus zenden, want voorloopig ben ik nog

jouw Jeanne

Zeg, lief, ben je boos om al die flauwiteit? Om jou pleizier te doen, word ik nog even van het smachtende type, waar jij zooveel van houdt:

„Mon coeur ne peut changer! Souviens-toi que je t'aime!"

(Uit: „Mireille".)

Vanavond schrijf ik je Weer. Maar niet zoo'n harlekijnsbrief. Een echte. Dag, lief.

* *

Bussum, Parkzicht April '99

Ja, Jeanne, we moeten het eens ernstig met elkander ergens over hebben. Je zegt daar een vreeselijk pleizierig ding, waardoor ik mij den heelen avond, na ontvangst van je brief, nog tienmaal gelukkiger ben gaan voelen,." dan ik in de laatste dagen al was. Te zegt toch, zoo maar, zonder je te bedenken, dat je mijn „meisje" bent. Maar als dat zoo is (en dat het zoo is, dat weet ik nu, goddank! even zeker, als dat jij mij den gek zal kunnen aansteken,, zonder dat ik het onpleizierig vinei, welnu, - hier vat ik het begin van den zin weer op, - als jij mijnimeisje bent, dan kan ik niets anders zijn dan jouw „jongetje'.

O, allerliefste Jeanne, ik wou zoo dolgraag, dat ik jouw „jongetje" mocht zijn. Toe, lieve Jeanne, mag ik je jongetje zijn, uitsluitend van jou,*zonder eenige gedachte aan iets anders, wat ook, dan aan jou? Want zie nu eens: ik heb mezelf ernstig onderzocht en ben tot het volgende resultaat gekomen: literatuur en kunst, en ook reizen en denken, dat zijn allemaal ontzettend pleizierige dingen, en ik

Sluiten