Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

64

LIEFDESBRIEVEN

Bussum, Parkzicht April '99

Allerliefste, Allerliefste, AUermooiste,

Vanmorgen krijg je weinig meer dan dit vers; lees het s.v.p. en beschouw het als de brief van vanmorgen als je wilt; maar lees het niet als . artiest, maar alleen als voelend mensch; ik heb niets anders willen doen dan rhvthrnisch een beetje weergeven van wat ik voor je voelde.

Even moet ik je ook dit zeggen: de heer en mevrouw Versluys inviteerden hedenavond jou en mij, om op 6 Mei bij hen te komen middagmalen. Versluys is een dikke, gezellige zakenman; mevrouw Versluys is een dochter van het overleden kamerlid Dr. A. L. Poelman, en een intelhgente en hartelijke vrouw. Willen we 't aannemen? Ik ken ze al 15 jaar en ze zijn dikwijls aardig voor mij geweest. We lunchen toch natuurlijk eerst met zijn beidjes.

Geloof me, ik ben dol op je.

tot morgen

jouw Willem

* ♦

Lief, toe, zeg me, je bent toch niet boos om dien ontzettendflauwen brief, je weet wel? Ik wou, dat ik 't niet had gedaan, maar ik weet heusch niet, wat ik had, dat ik zoo kinderachtig was. Bloemengeur maakt me altijd zoo een beetje, ik weet niet hoe. Niet boos op me zijn, Hef! Ik beloof je, ik zal het niet meer doen.

Wat heerlijk dien brief vanmiddag van je en dat vers! Ik kreeg hem al om vier uur, is dat niet verrukkehjk vroeg? O, wat ben je toch Hef voor me, - toe, verzin iets, Wülem, dat ik voor jou kan doen. O, ik ben zoo blij met dat vers en dank er je heel innig voor. Mag ik je voorhoofd zoenen en je mond, en je dan heel zacht fluisteren aan je oor, hoe Hef ik je heb? O, Hef, ik ben toch zoo gelukkig nu! Soms stÜ-intiem en dan weer opgewonden-vroohjk, maar altijd voor mijzelf zoo veüig en vredig en kalm in tevredene rust... Dat aUes geef jij me, Hef! O, kon ik zoo zijn voor jou, - o, Wülem, kon Üc maar gelooven, dat ie gelukkig ben door mij... Ik wÜ aües voor je doen, o, alles, alles, Hef, - want ik houd zoo van je, en, o, ik zou zoo heel graag wülen, dat üc iets voor je kon zijn...

Sluiten