Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE PERIODE

65

Wat betreft de invitatie van den heer en mevrouw Versluys, lief, als jij 't wilt, is 't mij natuurlijk goed. Ik vind 't wel heel hef en vriendelijk van hen om ons te vragen.

Ik moet je iets grappigs en goedigs vertellen. Vanmiddag kreeg ik opeens eenige tijdschriften (the Artist, Deutsche Kunst und Dekoration, Vlaamsche School etc.) vergezeld van een heel beleefd briefje van den heer Edw. Koster (dien ik nog nooit ergens had ontmoet of gezien) waarin hij een enkel woord over mijn verzen zegt, en verder dat hij mij gaarne die tijdschriften ter lezing wil geven, vóór hij ze aan het dames-leesmuseum ter inzage zendt, opdat ik ze a tête reposée kan doorzien. Grappig, hè? Ik heb hem natuurlijk voor deze zending bedankt.

O, Hef, je bloemen zijn nog zoo mooi, en ze ruiken zoo goddeHjk nog. Ik besprenkel ze telkens, om ze zoo lang 'tmaar eenigszins kan, nog goed te houden.

Ik heb vandaag al vijftien famiHe-brieven geschreven, mijn hand is moe, moe...

Dag, Hef, o, ik wou zoo graag je een beetje beter bedanken voor al je Hefheid, dan ik hier kan doen. Ontvang een heel, heel innigen kus van

jouw Jeanne

* *

O, Hef, ik heb zoo weinig gezegd van je vers gisteren, - en toch, het is me het aUer-aüerHefste van aUe, die je me gegeven hebt! Ik weet niet waarom, ik kan dat niet definieeren, maar o, het bekoort me zoo ! Ik ben er zoo héél bUj en zoo innig-diep gelukkig mee; o Hef, je hebt er me zoo'n groot pleizier mee gedaan.

Als ik 's morgens beneden kom, dan geuren je bloemen me nog tegen; ze beginnen nu een beetje te verwelken, maar de geur is nog even sterk, en vult mijn heele kamertje. O, Hef, dat was toch zoo Hef van je! Ik geloof, dat ik er je lang niet genoeg voor heb bedankt, - o, Wülem, ik had dat zoo heel graag innig en hartelijk gedaan! —

Ja, Hef, ik geloof, dat je van me houdt. Ik zou 't kunnen uitjubelen en uitsnikken van mijn gloeiend, mijn goddeHjk geluk. Van jou kan ik houden, van jou alleen, Wülem, omdat je bent,

Sluiten