Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

76

LIEFDESBRIEVEN

ook ik nooit iets zal doen, wat jij volstrekt niet wil. En dit zeg. ik nu niet alleen uit een overloop van gevoel, maar ook uit mijn bewuste verstand, dat heel klaar weet, dat jij diep-in eigenlijk de allerbeste mensch van allen bent. Want, zie eens, ik heb een wil, natuurlijk, maar ik weet heel goed, dat jij ook een wil hebt; welnu, als dan die twee willen niet van elkaar gaan staan, maar elkander oprecht en volkomen goedgezind zijn, dan moet immers het gevolg daarvan noodzakelijkerwijze wezen: een absolute, heerüjke harmonie? Is dat niet zoo?

Heusch, ik lig, niet in opgewondenheid en voor een oogenblik, maar heel zalig-rustig en voor altijd, voor je geknield, en ik kus heel eerbiedig maar innig je lieve handen, terwijl ik niets anders voel en niets anders denk, dan: Jeanne, jij, in wie 't ideale woont, ik heb je onnoemelijk-teeder lier! Jij bent de eerste in heel mijn leven, tegen wie ik zoo durf spreken, omdat ik voel, dat je inwendig goed bent, en dat je niets anders als het goede wilt.

Ik behoef je niet te zeggen, dat ik vreeselijk nieuwsgierig ben naar dien brief over jezelf, dien ik waarschijnlijk vanavond zal krijgen, of anders morgen. Daar zal je zeker wel weer veel leelijks van jezelf vertellen, onschuldig-slim Lief dat je bent! Je bent zoo'n goddelijk-natuurlijk, je zelf heelemaal niet verheffend mensch.

Nu sluit ik maar tot vanavond, want ik ga beneden koffiedrinken en vanmiddag moet ik werken aan mijn L. Kroniek.

Jouw je altijd getrouwe en altijd diep-liefhebbende

Willem

* *

O, lief, die heerlijke, goddelijke, éénige brieven van jou! Ik lach en jubel in mijzelf, als ik je schrift weer zie, - o, hef, wat ben je toch innig Hef en goed om zoo veel te schrijven! Ik smacht van de eene post naar de andere, en wacht die tusschentijden door, rusteloos, in gloeiend ongeduld. O, wee, nu word ik sentimenteel, zal je zeggen.

O, Hef, wat ben ik blij, dat je zóó schrijft over mijn portret; ik vind dat heeriijk, zie je, want eigenHjk ben ik altijd bang, als je me in een poos niet hebt gezien, dat ik anders zal zijn, dan je me in je herinnering had bewaard. Je zou zoo iets natuurhjk niet zeggen, maar ik geloof, dat ik 't voelen zou.

Sluiten