Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE PERIODE

79

Nu ga ik over mijzelf schrijven, Hef, en, o, laat het je niet vervelen, bid ik je, want ik wil me uitspreken tegenover jou; ik wil je aUes schrijven, wat ik niet zeggen kan, - ik wil, dat je heelemaal weten zal, dat ik voor altijd, volkomen aan jou toebehoor.

Als ik erover dacht, of ik ooit iemand liefhebben zou, - want dikwijls heb ik daarover gedacht, - dan geloofde ik, o, zoo héél zeker te weten, dat ik nooit van een man zou houden méér dan van mijzelf, dat ik nooit een man zóó hoog zou achten, om hem mijn toekomst, mijn heele lot te kunnen geven, - dat ik niet langer mijzelf zou willen wezen om toch maar volkomen hèm te zijn... En toch is dat aUes zoo gebeurd en gekomen, zooals het gebeuren en komen móest in mijn Teven, zoo heel natuurlijk en als vanzelf voortkomend uit den loop der dingen... Nu heb ik Hef, jou Hef, met een Hefde, waartoe ik me niet in staat achtte, - nu smacht mijn trotsche ziel zich te buigen en aUes te doen naar jouw wü. Want ik ben trotsch, - je hebt het nooit gemerkt en je zal het ook nooit merken, Hef, - maar ik was zoo fier op mijn onafhankeHjkheid, en voelde, me hoogmoedig en sterk door mijn zelfbewustzijn en mijn innerHjke kracht. Nu wil ik niet langer van mijzelf zijn alleen, - ik wil van jou zijn, Hef, van jou, omdat jij zegt dat te wülen, omdat jij zegt te houden van mij.

En nu wil ik tegen je zeggen met een heel zachte en teedere innigheid, dat ik gelukkig ben, - en dat ik mijn geluk al dieper en inniger voelen ga, met een steeds grootere weelde. O, Hef, jij, die me toestaat je Hef te hebben, - jij, die me het heüig geschenk van jouw hefde brengen komt, ik heb je Hef oneindig, met een algeheele zielsovergave; jij bent de eenige, die over me neerschen mag, wiens wil de mijne zal zijn. O, Hef, en daarom is mijn Hefde voor jou zoo groot en diep en één met mijn leven, omdat je houdt van mijn ziel, - mijn ziel, die ik zelf aanbid, - omdat het niet mijn uiterlij k is, dat je oogenbHkkeHjk vluchtig heeft aangetrokken, maar mijn ziel, mijn eigenHjk ik, dat iets is, en dat weet ik en voel ik, dat iets is. En ik heb jouw ziel Hef, je nobele, prachtige, - met vereering en Hefde, Hefde. O, doe aUes weg van me, al het aangeleerde, vormeUjke, maatschappelijke, zoodat aUeen overbHjft mijn ziel, - die heeft je „ja" geantwoord, onmiddelhjk, zonder mogelijkheid tot overdenken, in onbewusten wil, zoodat dit „ja", voortkomende uit mijn diepste Zelf, het absoluut-juiste antwoord moest zijn. Zoo heeft mijn ziel „neen" gezegd tegen anderen, - wat zachter, vriende-

Sluiten