Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE PERIODE

81

„afzonderlijk. Ze zijn soms wel vriendelijk en aangenaam met „elkaar, maar binnen-in met zijn ziel leeft toch eigenlijk ieder apart. „Maar zooals jij tegen me spreekt, dat is méér dan menschelijk, zoo „spraken misschien alleen de menschen, de eerste menschen tegen „elkander, in den eersten, den zaligen tijd van het bijbelsch paradijs".

Hoe moet ik je brief beantwoorden? Je verzekeren met kussen en betuigingen, dat ik je liefheb? Och, dat weet je al lang, dat blijft altijd eender, behalve dat het hoe langer hoe sterker in mij wordt; ik kan je alleen maar zeggen: Lieve, begenadigde essentie der menschheid, ik zal probeeren, en het zal me ook lukken, om nog meer dan ik misschien thans zijn mag, om nog meer zooals jij te zijn; ik zweer je, dat je je gevoel niet aan een onwaardige verspilt. Want wat diep in mijn ziel zit, wat daar sluimerde verborgen ook voor mijzelf, en wat mij alleen soms half-bewust werd, als ik met mijzelf verkeerde, heel lang, - dat roep jij in mij wakker, dat komt door jou naar boven, dat gaat jou innig, jou-alleen met liefde tegemoet, ik voel mijzelf rijzen, sterk en kalm, maar ernstig-vriendehjk tegenover de wereld, die toch niets van me begrijpt, om mij, naar jou toe, open te zetten, met al het lieve en teedere en zuivere, dat ik-alleen weet, dat diep in mij leeft.

Zie, hefste-voor-altijd, dat is nu eens geen lyriek, al kan lyriek óók echt zijn, dit is de vaste, diep-gevoelde overtuiging van een ernstig-meenend, maar in zijn ziel nu, o, zoo vroolijk man. Want jij maakt mijn melancholie heelemaal dood, omdat ik zoo gelukkigvast-en-zeker, omdat ik zoo diep-in zalig door je word.

Ik kijk op de klok en merk dat het kwart over elven is; ik ga nu dezen brief maar gauw wegbrengen, dan krijg je hem morgen (Zondag) met de post van half twaalf waarschijnlijk; want anders krijg je-hem niet voor Maandag, wat me spijten zou. Schrijf mij s.v.p. of je dezen werkelijk Zondag kreeg, dan weet ik 't voor 't vervolg.

Wat dat vers „Wel was de brief betreft, dat zal ik dan maar heelemaal weglaten. Ik begrijp je nu wel daarover. Later kan het dan misschien wel in een bundel. Maar ze letten nu zoo nieuwsgierig op alles. In Mei praten we er dan nog wel eens over, wil je?

Jouw eigendom Willem

Sluiten