Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE PERIODE

91

Zoo schreef ik vanmiddag aan je. En nu juist begin je te zeggen, dat je eigenlijk liever met die ochtendbrieven wil uitscheiden, want dat ik er niets aan heb. Ja, zie je, liefste, ik weet niet of het je zelf misschien gaat vervelen om zooveel te schrijven; als dat zoo mocht zijn, dan zou het me vreeselijk spijten, maar daar kan ik, omdat ik zoo ver weg ben, heel weinig aan doen. Het eenige wat ik kan zeggen, en wat ik, zooals alles, diep-in meen, is: dat ik alles wat je schrijft vreeselijk belangwekkend en diep-sympathiek vind, en dat ik het lees, allemaal, met een naïef en open gemoed. Als je dus zelf behoefte blijft gevoelen om mij te schrijven, laat het dan niet na, want ik vind het heerlijk, als je het doet.

Ik heb eventjes moeten lachen over de „hoogheden", zooals je schertsend de menschen noemde, wien wij, als je hier bent, visites zullen gaan maken. Wat bedoelde je daarmee, met dat woord?

Het spijt mij erg van je roman, maar heel lang zal 't toch zeker niet duren, vóór hij komt.

Nu, Jeanne, het is kwart voor tienen, en ik moet dezen brief nog naar de post brengen. Weet je wat ik zoo graag had? Dat je mi] ook je oordeel zei over de rest van mijn L. Kroniek, die ik je hierbij stuur. Want kijk eens, ik sta een beetje bekend als een eenzelvig mensch, maar tegenover jou kan en wil ik dat toch niet zijn. Als je aanmerkingen hebt op iets, wat ik schrijf, zeg die dan altijd gerust tegen me, wil je? Dan kunnen we er over praten. Jij bent de eerste mensch in mijn leven, tegen wie of wien ik zoo spreek. Tot morgen, lief, ik kus je. Geloof me voor altijd

jouw liefh. Wülem

Ik heb ander postpapier gekocht voor de brieven aan jou. Hoe vind je dit?

* *

Bussum, Parkzicht 's avonds half elf

Liefste,

Terugkomende vW de brievenbus, gevoel ik nogmaals de behoefte om je te verzekeren, dat jouw brieven mij een geluk geven, zóó groot, als ik niet had gedacht te zullen krijgen, zelfs niet toen ik

Sluiten