Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE PERIODE

93

ik je zóó mijn innerlijk wezen openbaar. Want zie, ik geloof in je met hetzelfde absolute vertrouwen, waarmee men in God gelooven moet, - en daarom wil ik mij zóó voor jou verklaren, dat jij mijn innerlijk kent, zóó volkomen, als het alleen mogelijk zou zijn voor een alwetend God.

Lief, ik ben den heelen dag een beetje onrustig geweest, maar na dien teederen, lieven brief van jou zoo even, voel ik me weer zoo prettig en vredig gestemd.

Toen ik je nog niet veel meer dan als droombeeld zag: halfecht door je werk en je brieven, - toen was mijn liefde méér eerbied en hooge achting en dwepende vereering, dan het diepe, me geheeloverheerschende gevoel van toewijding en overgave, dat ik nü voor je heb. Nu wordt mijn liefde al echter in me, en inniger, nu wordt mijn zalig gevoel me al meer bewust. Nu heb ik je niet meer uitsluitend hef als den groot-begenadigden dichter, den superieure van geest, al zal ik dien ook altijd blijven aanbidden met opperste zielsadoratie, - maar als mensch.

Tlt je, hef, begrijp je nu, dat ik je liefheb, jou, jou-alleen, en dat daarom al mijn gedachten, al mijn gedragingen en al mijn daden door jou moeten worden gekend?

Ik zal je nog twee dingen zeggen van mijzelf: ik weet, dat ik eerlijk ben; ik sta dikwijls verbaasd en geslagen over al het gedraai en gewring van de menschen; en dan, ik geloof niet, dat ik grillig of wispelturig ben; ik bedoel, dat ik den eenen keer dit zeg en den anderen keer dat. Maar ja, dit moet ik je nog vooral zeggen, ik heb nog een heel groote, hinderlijke fout, en die is: ik onthoud altijd alles. Wanneer iemand b.v. eens niet-streng-consequent in zijn gezegden is, dan ga ik hem dadelijk vervolgen met: „Je hebt toen dat gezegd's", en merk dan niet eens, hoe lastig en onuitstaanbaar-vervelend die na-houderij is. 't Komt, geloof ik, omdat ik de menschen te veel bij mijzelf vergelijk.

Alweer een biecht! ik denk ieder keer, dat ik klaar ben, maar 'tls gek, ik ontdek elk oogenblik toch weer dingen in me, waar je nog niets van weet. O, hef, jij zal, geloof ik, even blij zijn als ik, wanneer mijn innerlijk-ik eindelijk eens glas-helder voor je zal staan.

Weet je, wie ik bedoelde met dat woord „hoogheden", hef? Dat zijn de „aristocraten naar den geest". Een mooie uitdrukking, hè? Ja, dat vind ik echt ook.

Sluiten