Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE PERIODE

97

je komt immers gauw. Dan zullen wij heerlijke dagen hebben. Wij gaan wandelen en praten, en reizen en lachen, en dan mag je mij voor den mal houden, zooveel je wil. Want ik hoor immers heelemaal en absoluut van jou, dus waarom zou je dan niet alles met me mogen doen, wat je graag wou? Als ik maar voelde, dat, daaronder door, je toch een heel klein beetje om mij gaf!

En wil ik je dan nog eens wat zeggen? Iedereen zegt, dat ik er zoo gezond en jong begin uit te zien, heel anders dan ik vroeger deed. Nu, dat is ook allemaal jouw schuld.

O, ik wou zoo graag, dat ik je een zoen kon geven. Hè, daar begint-i weer, hoor ik je zeggen: net, of het me daarom te doen is, en of ik daar wat om geef! Nu, omdat je zóó denkt, weet je wat, Jeanne? Ik zal er nooit meer over spreken, maar het, zonder iets te zeggen, zoodra ik er kans toe zie, doen....

O, nu weet ik, al ben ik in de verte, toch wel hoe je kijkt. Nu zit je of sta je met een neerhangend lipje, en zegt, dat je er heelemaal niet van bent gediend! Maar wil ik je dan eens wat zeggen? Jij bent mijn meisje, dat heb ik zwart-op-wit van je, verscheiden malen, en lieve en mooie meisjes, zooals jij er een bent, die slaat men nooit-in-der-eeuwigheid, maar men zoent ze altijd-door. Steekt diïr nu zooveel aakligs in? Want, zooals je weet, ik ben heusch eigenlijk maar een heel klein jongetje, en kleine jongetjes doen heelemaal geen kwaad. Die zetten alleen maar verwonderde oogjes, als men ze plotseling heel flink zoent. En dan zoenen ze zachtjes en liefjes terug. Och! zegt Jeanne nu, terwijl ze weg-loopt, wat ben ik toch be gonnen! Waarom heb ik niet „neen" gezegd, toen hij mij vroeg? Maar dan antwoordt het jongetje: Ja, lieve Jeanne, daarvoor is het nu lekkertjes te laat! Want jij bent mijn meisje en ik ben je jongetje, en dat vinden alle menschen goed. Ze hebben ons zelfs al kaartjes gestuurd, om te bewijzen, dat ze het goed vonden. Dus daar is heelemaal niets meer aan te doen.

O, jé, Teanne, nu kijk ik op de klok en zie, dat het half één is. Nu kust het jongetje je teeder goeden nacht, en gaat dan stilletjes in zijn bedje liggen en slapen tot de dag weer komt.

Jouw ondeugende, altijd-dartele

Willem, die verliefd is.

Je bent toch heusch niet boos?

Sluiten