Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98

LIEFDESBRIEVEN

O, aller-liefste en aUer-innigst goede! O, liefste, liefste, eenige schat, - om te zeggen, dat mijn Brieven je niet vervelen, dat je ze pleizierig vindt zelfs 1 O, heb maar nooit spijt van je zeggen, hoor, want mi ga ik je schrijven ellenlang, o, gewoon zonder eind!

Je vraagt in je brief: „Lach je nu?" Ja, ik lachte, ik schaterde 't uit, omdat je zoo grappig over dat zoenen schrijft, en omdat je gemerkt schijnt te hebben (hoe begrijp ik niet, want ik heb nóóit tegengestreefd, als je me een zoen wou geven) dat ik't zoo iets verschrikkelijks vind. Maar jij mag me natuurlijk wel zoenen o, nu moet ik weer lachen om mezelf, omdat ik je zoo héél-goedig daar mijn toesteniniing voor geef. Maar heusch, hef, nu in ernst, je moet een beetje geduld met me hebben, zal je? Je moet me langzaam laten wennen aan alles wat nog zoo vreemd voor me is en ongewoon. * . ; ... ,

O, ja, ik ken je wèl, ik ken je heelemaal zooals je ben, - ik kende jou véél eerder dan jij mij! En je blijft precies zoo doen, als je doen móet, je blijft precies zoo spreken, als je spreken móet volgens jouw eigen persoonhjkheid. En mi kan het niet meer veranderen, nu blijft alles zoo, goddank! O, ik ben zoo dankbaar, zoo grenzeloos, innig en diep, dat je zoo ben als je ben!

En nu ga ik weer praten over mezelf. O, hef, wou je niet, dat ik mezelf een beetje minder belangrijk vond? Maar, hefste, dit moet je dan toch weten: ik heb mijzelf wèl altijd beschouwenswaard gevonden (dit zeg ik heelemaal zonder pedanterie, wat je, hoop ik, wel begrijpen zal) maar sinds ik ben van jou, vind ik mijzelf nog veel merkwaardiger, en heb bepaald een studie-voorwerp gemaakt van mezelf. Ik wil nu weten, waaróm je van me houdt, of al de dingen, die je van me zegt, alleen maar veronderstellingen van jóu, of wèrkehjkheid zijn, - en ik wil je alles van mij doen weten, opdat je later nóóit iets in mij ontdekken zal, wat je vreemd voorkomt, of je een teleurstelling zou zijn. Begrijp je me, mijn aller-allerhefste, mijn eenig-eenige, mijn hefste schat?

Nu ga ik je nóg eens spreken over mijn boek, - want, o, hef, dat is iets, wat me zoo innig, innig ter harte gaat! O, luister goed: dit is het boek, dat ik eenmaal schrijven moest in mijn leven. Begrijp me, hef, ik wil niet beweren, dat mijn boek goed is uit een oogpunt van kunst, - dat weet ik niet, daar kan ik niets van weten, - maar het is geworden, zooals het noodzakelijk worden moest, - het kón nie: anders geworden zijn, dan het geworden is. Zóó als het lang-

Sluiten