Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io4

LIEFDESBRIEVEN

Bussum, Parkzicht 26 April '99

Allerliefste,

Den vorigen brief heb ik gauw als spoedbestelling weg-gedaan, want ik dacht wel, datje een beetje in ongerustheid zou zitten over je eigen woorden en de uitwerking die ze op mij zouden kunnen hebben, omdat je mij eigenlijk nog niet heelemaal kent.

Maar nu begin ik weer. Want ik ben eigenHjk nog niet uitgepraat over je brief. Dat je zoo driftig kunt worden als je zegt, vind ik overheerlijk en goed. Je bedoelt er natuurlijk niet mee, dat je een driftkop bent, die om de minste kleinigheden telkens aan 't opstuiven gaat. Want daar ben je veel te mooi-menschelijk voor. Maar dat je niet bent een echt-hoüandsche, weeë vrouw, die aUes voor zoete koek opeet, omdat ze diep-inwendig te suf is, of die je met half-gebukt hoofd schuinsch-in-de-hoogte aankijkt, en je dan iets toeduwt, zacht-bedaard, wat, week en onaangenaam, den indruk maakt van een bedorven stuk visch (vergeef in godsnaam de expressie !), dat j e zoo niet bent, vind ik juist zoo heeriijk en gezond en Hevenswaardig. Je zult er bij mij nooit aanleiding toe vinden, dat geloof ik zeker. Want ik ben absoluut niet in-ernst-plagerig, en, zooals jij het wil, zal aUes in de meeste gevaUen gebeuren, als je maar altijd open en vriendelijk tegen mij blijft. En ik houd zooveel van je, innig-diep en oprecht en zal je dit altijd laten merken, indien jij dat prettig vindt; dat ik wel geloof, dat jij, zooals je bent, altijd open en vriendelijk en vertrouwelijk tegen mij zult kunnen zijn.

Ikzelf nu kan óók driftig zijn; dat zou je misschien niet zoo achter me zoeken, maar het gebeurt toch wel eens; en dan ben ik, zonder ruw worden opeens zóó, dat de menschen verschrikt wegloopen. Ik heb het in de tweeëneenhalf jaar dat ik in Bussum woon, een paar maal gehad. Eens was het, toen Arthur van Schendel en zijn meisje Truus Coorengel bij mij op de koffie waren. Ik was nog even uitgegaan, om wat lekkers voor Truus te halen, en toen ik terugkwam, deed Mevr. Linn, bij wie ik woon, een dikke dame van 47 jaar, haar deur open, en begon mij heftig de lading van voren te geven, zooals men 't noemt, omdat ze de koffie had moeten warm houden, geloof ik. Ik deed niets als even mijn hoofd schudden en zeggen op een toon, die bepaald verscbrikkehjk geklonken heeft: Wat blieft, Mevrouw?... (Lach nu maar weer eens, Hef!) Verschrikt

Sluiten