Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IIO

LIEFDESBRIEVEN

onmogelijk van je af, niet alleen, omdat het mijn wil en mijn zin is om bi] je te blijven, maar ook omdat het volgens de logische orde der dingen niet anders kan.

Mijn gevoel en verstand en mijn heele wezen in zijn ganschen omvang drijft onweerstaanbaar naar jou toe en wil aan jou verbonden zijn voor goed. En nu zeg jij, o, zaligheid! dat je dat goed vindt en volstrekt niet onaangenaam. Kom, Lief! laten we dan in gedachten een rondetje dansen; de Muze zweeft boven ons en speelt op haar luit, terwijl ze lachend naar beneden ziet op hare kinderen, die blij-uit zwieren en taartjes en lekkere chocolaadjes samen opeten zonder eind.

Wil ik je eens wat zeggen, Lief? Ik heb je gloeiend lief!

Teeder kust je

jouw eigen Willem

Donderdagmorgen.

Zooeven kwamen je twee brieven. Heerlijk, dat ze je hebben willen. Maar deze moet nu gauw weg. Dag, prachtige Lief!

Het papier ziet er hier en daar niet netjes uit, maar vergeef me: anders moet ik den heelen boel overschrijven, en dan krijg je hem pas veel later.

* #

O, Lief, Lief! O, nu heb je 't weer zoo goddelijk gezegd, dat je van me houdt... O, Willem, 't is eigenaardig, hoe dikwijls je me antwoordt op dingen, die je nog niet eens weet, dat ik vragen zal! O, is 't niet mystiek, dat je altijd mijn verlangen begrijpt, altijd mijn innigste wenschen voorkomt? 't Is me, alsof je zegt: „Ik heb je lief, vóel dat toch, Jeanne..." O, dat \al ik, dat doe ik; al meer en meer zal het een vaste, zalige, bewuste zekerheid worden in mij, en al meer en meer zal ik, hef, daardoor voor jou kunnen zijn! O, ik voel me trillen van vreugd, als je zegt, dat ik onmisbaar voor je ben, want ik kan zonder jou niet meer leven, hef! O, ik houd zoo van je, zoo innig en diep en onuitsprekehjk-veeL en daarom, daardoor zoek ik wel eens angstig naar dingen, die niet bestaan, niet kunnen bestaan, goddank!

O, Wülem, ik vind 't toch zoo goddehjk-zahg, je weer zoo

Sluiten