Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

LIEFDESBRIEVEN

behoefte heeft aan sympathie. Versta mij nu wel! Ik bedoel, met die sympathie, niet, dat je op alles, wat je van mij hoort, moet zeggen: „O, heve Wülem, wat is dat goed en best." Want dan zou ik juist, zooals vanzelf spreekt, langzaam-aan weer heelemaal mijn mond gaan houden. Neen, ik bedoel natuurlijk, dat je mij over de dingen, die ik je zeg, bedaard-gevoeld en zuiver-eerlijk jouw opinie zegt. Ik zal je nooit, - wees maar niet bang, - aan je hoofd zeuren met geleerde kwesties of dergehjke, Hef! Het zuüen meestal maar gewoon-menschehjke dingen zijn, waarover ik met je spreek. Want ik wou je zoo graag nergens buiten laten, omdat ik je gevoelde gezond-verstand vertrouw. Je zult hieruit merken, hoop ik, dat ik je in geenen deele mijn „mindere" vind. En dat kan je van mij aannemen, nu ik het zoo uit mijzelf zeg, o, goddehjke Jeanne! Want al heb ik het nog nooit aan iemand laten merken, inwendig ben ik heel sterk en kalm-trotsch, en ik geloof wel eenigszins, dat er niemand in inwendige, waarachtige kracht op den duur tegen mij op kan, als ik maar ernstig en vastberaden wÜ. Maar denk nu toch vooral niet, dat ik tegen jou ooit een houding zal aannemen, of zoo iets. Want voor jou wü ik niet anders zijn als een volkomenzuiver en open mensch, waar je veel van houden kunt, en die jou liefheeft, tot in het diepst van zijn ziel, met al zijn vermogens, zonder eenige achtergedachte, als hoogstens deze: Hoe kan ik haar verrassen met iets aangenaams? —

Nu ga ik sluiten, want ik wü even naar Hüversum wandelen om een aardigheid voor je te koopen, die ik aan de koffie merkte, dat de dochter des huizes hier had. 't Is een aardig soort postpapier en ook cartes de correspondance, 't zag er nog al leuk en netjes uit.

Bi je brief, dien ik zooeven ontvang, vraag je mij, of ik naar je verlang. En ik antwoord: Ik verlang zóó ontzettend naar je, als maar de eene tweeling naar de andere kan doen.

Hartel. gekust door

je Hefh. WÜlem

(Geschreven op een rose correspondentie-kaart.)

*7/4 '99

Hooggeachte Freule mijner ziel, bebloesemd ideaal, waar mijn gedachten naar smachten voortdurend, ik kan het niet onder mij

Sluiten