Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE PERIODE

123

leeren begrijpen, dan ik al deed, hoeveel ik, ook in mijn onbewustheid, van je noud. Jij bent alles, alles voor me! Maar breng dan je Zelf, dat ik grondeloos liefheb, breng je onvergelijklijke Zelf in Godsnaam niet meer in gevaar! Voel je 't, en begrijp je 't? Doe dat, smeek ik je innig, niet meer!

Ziezoo, nu ben ik weer wat geruster, want nu weet ik zeker, dat je het niet meer zult doen, omdat je, in je namelooze goedheid, nooit iets met je weten zult willen, wat mi) verdriet doet. En zie, je wou weten, of je mij gelukkig maakt... Of je dat al niet wist! Maar ik wil het je toch herhalen, duidelijk en onmiskenbaar, zóó, dat je er je niet in kunt vergissen. Je maakt me gelukkig, door te zijn zooals je bent, zóó gelukkig maak je mij, als ik nog nooit geweest ben, zóó gelukkig, als ik niet had durven denken, ooit nog eens te zullen worden. Weet je 't nu, voel je 't nu, Lief, dat ik je aanbid? Ik maak je mijn diep-gemeende excuses over die sceptische uitlating van me: denk daar niet meer om! Zal je heusch niet?

Vanmiddag, juist voor ik naar spoor ging, kreeg ik een presentexemplaar gestuurd van de volledige Poésies van Stéphane Mallarmé, waar ik heel erg bhj mee ben. Ken je ze misschien eenigszins, zooals ze verspreid lagen in bloemlezingen en tijdschriften?

Ik heb me nogal verveeld in Amsterdam. Van Schendel was vrij stik en de Versluysen waren ook niet erg op hun dreef, misschien door de drukte van hun loopende zaken. Maar Mevr. Versluys was zeer verlangend, je te leeren kennen, en ik heb beloofd haar die novelle in Nederland van je te sturen. En ik ben vreeselijk verlangend naar je roman. Stuur me toch dadehjk, wil je? een exemplaar als hij uit is.

Nu kust je met innig- en diep-gevoelde en onvergankelijke hefde

jouw eigendom Willem

* *

Lief, hefste, ik ben je toch zóó innig dankbaar, dat je gezorgd hebt, dat ef vanmorgen een brief voor me was! Want o, als er géén was geweest! Dan was die nare, droevige stemming van eergisteren weer terug-gekomen, en dan zou ik je niet vroolijk geschreven hebben. O, fief, en dat is zoo naar voor jou, die zoo innig goed en hef voor me bent; ik had je niet zoo gauw en zoo opgewonden

Sluiten