Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE PERIODE

129

niets tegen zult kunnen doen op den duur. Ik moet je n.1. bekennen, dat ik je zoo graag zoen. Let nu wèl op: ik zeg niet, dat ik zoo graag zoen, maar dat ik jou zoo graag zoen. Ik zeg het je maar, want dan kan je vooruit je maatregelen er tegen nemen, b.v. je lieve gezicht in de Reinckenstraat achterlaten, als je hierheen gaat, of iets dergelijks. Maar blijf er in Godsnaam niet heelemaal om weg! En geloof me buitendien: ik zal het altijd heel zacht en lief doen! En buitendien, jongens en meisjes, die publiek geëngageerd zijn, - en dat zijn we nu toch heusch! - doen dat immers altijd met elkaar? Och! en dan zal je er misschien wel langzamerhand aan wennen, als je maar eerst merkt, dat ik het heelemaal niet kwaad en ruw bedoel!

Want zie, we zullen wel heel veel verstandig met elkaar praten, maar bij een voedzaam diner hoort toch altijd een soort van dessert, dat altijd veel etherischer is dan de daaglijksche kost.

Ja, nu zie ik je zitten voor je bureau, terwijl je dit leest, en hoor je zacht in jezelf zeggen: „Och, die nare jongen! Ik dacht, dat hij anders was! Want van zulke dingen ben ik heelemaal niet thuis!" Waarop ik je antwoord: Och, lieve schat! vergeef het me maar, ik zal er heusch nooit meer over praten... en 't alleen maar doen! Och, daar verspreek ik me alweer!

Maar geloof mij, in alle gevallen, wat jij ook doet en zegt, je

je eeuwig-toegewijden Willem

Ik sluit dezen nu, want dan krijg je hem nog vanavond. Het is nu één uur 's middags.

* *

Bussum, Parkzicht 1 Mei '99

Ja, allerliefste begenadigster van mijn leven, het gaat mij een beetje, zooals jou. Ik word eenigszins belemmerd in mijn daaglijksche dingen, omdat ik aldoor zit te denken: Wanneer zou- ze nu komen? Vanmorgen ontving ik, om negen uur en om half twaalf je twee lieve brieven, en jij zult nu zeker ook de mijne ontvangen hebben. Zondagmorgen deed ik er een op de post, Zondagmiddag een, en heden, Maandagmorgen, ook weer een. Dus deze van nu zal de vierde zijn.

Sluiten