Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

132

LIEFDESBRIEVEN

baarsche eerste Mei. Daarom zoek ik nu maar mijn toevlucht bij jou, en ga je zoo het een en ander vertellen, wat zoo spontaan in mijn hoofd opkomt. Anders krijg je morgen (Dinsdagochtend) geen brief.

Als we bij van Eeden gaan theedrinken, zooals je weet, dan zou je mij een groot pleizier doen, als je door beleefde vormeüjkheid hem een beetje op een afstand hield. Want hij hoort heelemaal niet tot mijn goede vrienden: hij heeft inwendig het land aan mij. Die heele kwestie met Borel b.v. daar is hij de eerste oorzaak van. Borel was in vroeger jaren een soort van protégé van van E. en bij dezen aan huis heeft hij indertijd over mij hooren spreken, - zooals ik van andere menschen hoorde, dat van E. ook tegen henzelven heeft gedaan, op een hatelijke manier, een methode van psychische denigratie, welke Borel, die van Eeden onvoorwaardelijk bewondert, heeft geloofd, en waar hij toen op door is gegaan. Mondeling zal ik je daar meer van vertellen, als je wilt. Dus graag zou ik hebben, dat je tegen van E. deed als tegen een vreemden meneer, die zijn hoed voor je afneemt. Hij vraagt ons toch nergens anders om dan uit nieuwsgierigheid, om je eens op te kunnen nemen op zijn gemak. Buitendien zullen we in ons verdere leven nagenoeg nooit iets met hem te maken krijgen. We zien elkander tegenwoordig bijna nooit; zoo ééns in de drie maanden kom ik wel eens een partijtje bij hem schaken, als hij toevalligerwijze mij heeft ontmoet en het vraagt.

Jan Hofker, waar je naar vroeg, is een heel andere man. Hij heeft een betrekking aan de telegrafie in IJmuiden. Hij is Delatig uit vroegere jaargangen van de N. G. Daar heb je misschien wel eens iets van gelezen. Zijn vrouw is een hef vrouwtje, die ik nauwelijks ken. Maar Hofker (voor mij is hij Tan) is groote vrienden met Boeken en Witsen en een heel beminnelijk en zuiver mensch, dien je ook wel aardig zult vinden, naar ik denk.

Ziezoo, nu ga ik beneden theedrinken, dan komt er misschien een brief van jou, en dan valt daar misschien wel wat op te antwoorden.

Ja, je brief is gelukkig gekomen. Nu voel ik me ineens heel anders, 't Is verrukkelijk, dat je al Donderdag komt, en dat je den tijd van terug-gaan nog in 't onzekere laat. Dat zal een heerlijke tijd worden! Maar komt de familie B. je van den trein halen, - of zal ik het doen? Maar het eerste is wel het beste. Want anders

Sluiten