Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

134

LIEFDESBRIEVEN

zien, hoe je dan kijkt, en als ik merk, dat je teleurgesteld ben, dan maak ik rechtsomkeert naar den Haag, en dan ga jij weer naar mijn portret kijken, totdat je je verbeeldt, dat ik er een beetje niet-Ieelijk uitzie, en dan houd je weer van me, - als ik weg ben. (Hemel, wat een uitgehaalde en-zin is dat geworden!)

Toe, Willem, zeg nu, dat 't je héélemaal niets schelen kan om me te zoenen, - dat geloof ik véél eerder van je, dan 't tegenovergestelde. Heusch, ik had nooit gedacht, dat jij daar iets om geven zou, werkelijk niet, - toe, zeg nu, dat je 't alleen maar zei, om me een beetje voor den mal te houden, - toe, allerliefste?

Dan geef ik je in gedachten wel honderd-duizend zoenen, zooveel als je er maar hebben wilt. Dag, allerliefste lief! Bx houd van je!

Jouw Jeanne

Bij 't overlezen merk ik, dat ik mezelf voortdurend aan 't critiseeren ben in dezen brief. Grappig, zoo'n onbedoelde, toevallige zelf-critiek!

Ik moet nog een toorn-brief schrijven aan Mr. Veenstra, den uitgever, omdat hij mij mijn boek op i Mei had beloofd; het is nu de 2e en ik heb nog niet eens de banden gezien. Ik zal hem eens vragen, hoe hij dat nu zelf wel vindt. Als ik niet zoo goedgeloovig was geweest, om vast en zeker op zijn belofte te vertrouwen, zou ik niet zoo teleurgesteld zijn. Hij maakt wel duizend excuses, en zegt, dat hij 't niet helpen kan, maar daar heb ik al heel weinig aan. Hè, ik zou er wel om kunnen huilen, zooals 't me spijt. Ik had 't zóó graag meegenomen naar Bussum, dan hadden we 't samen kunnen lezen. Juist nu ik weet, dat 't nog langer duren zal, nu smacht ik er naar mijn boek te zien zooals anderen het zullen zien, om het vóór me te hebben, zooals het is, klaar voor het publiek. En dan verlang ik zoo te weten, welken indruk het nü op me maken zal. (Ik geloof, dat het in mijn verbeelding hoe langer hoe mooier geworden is, omdat ik er zoo dikwijls en lang en liefkoozend aan heb gedacht, - maar als het mij nu tegenviel, - dat zou vreeselijk zijn!) In mijn volgende zal ik je kalm wat van de fam. B. vertellen.

Dag, lief!

Sluiten