Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144

LIEFDESBRIEVEN

Brief van Jacqueline Reyneke van Stuwe aan Willem Kloos.

5 Mei 1899

Beste Willem,

5 Mei vandaag, de verjaardag van mijn lievelingsbroer en morgen. .. o, wat zullen dat in 't vervolg heuchelijke dagen voor ons zijn, 5 en 6 Mei.

Als 't mogelijk was de goede wenschen per postpakket te verzenden, dan hadden we dit doosje volgestopt met oneindig veel goeds en liefs; nu de wenschen zich echter niet zoo gemakkelijk plooien en vormen laten, hebben we er iets beters ingepakt, iets, dat niet, zooals wenschen, vervliegen kan en slechts een herinnering kan laten, maar dat louter herinnering is.

't Zijn drie portretjes uit Jeanne's jeugd in lijst. Op 't middelste was ze ongeveer 4 jaar; toen werd ze om haar mooie, gezonde kleur steeds „klein appeltje" genoemd, 't Portretje links werd gemaakt, toen we buiten woonden, en zij voor 't eerst de school bezocht; 't derde, rechts, stelt Jeanne voor met Puck, haar grootste lieveling, haar dierbaarder nog dan al haar poppen. Niet jaloersch zijn, hoor, op die Puckenhefde; hoe had ze toen kunnen droomen, dat een groot dichter haar eenmaal zóó na zou zijn.

Jij hebt nu 't meeste recht op de portretjes, Wülem, en we staan ze je dan ook gaarne af, omdat Jeanne nu van jou is, heelemaal van jou, en omdat niets van haar je meer vreemd mag blijven.

We hopen zoo innig, dat 't morgen even zonnig, even licht en warm is als vandaag, en dat je beiden veel, heel veel genieten moogt.

Met veel goeds voor de beide gelukskinderen en een stevigen handdruk voor jezelve

je a.s. zusje Jacques

Sluiten